Tagarchief: blauwstaart

Highlights november 2015


Met de laatste vogeltrek en de winter in het vizier kunnen we terugkijken op een uitzonderlijke novembermaand. Waar de klappers in september en oktober uitbleven, kregen we deze in november, plus een goede zeetrek. Hier een samenvatting van de hoogtepunten. Bij bijzondere soorten kan er doorgeklikt worden voor meer info.

Op 1/11 werd een Pallas’ Boszanger waargenomen in Rijnsburg door Kees Kromhout (KK). Diezelfde dag zat er een Kleine Alk in de binnenwatering. 2/11 Leverde weer een Kleine Alk, en de tweede IJsduiker van het jaar op door René van Rossum (RR). De 13e leverde een Rosse Franjepoot op door Bas van der Burg (BB). Waar de aantallen Grauwe Pijlstormvogels in oktober tegenvielen, werden er deze maand acht gezien langs Savoy. Verder werden er
totaal vier Parelduikers gezien, tien Roodhalsfuten en vier Kuifduikers.

Grauwe Pijlstormvogel, Buitenwatering, 19 november 2015 Rene van Rossum

Vaal Stormvogeltjes waren met 27 ex. goed vertegenwoordigd met respectievelijk 12 ex. op 14/11, 4 ex. op 18/11 en 7 ex. op 19/11. Op 14/11 vloog er een STORMVOGELTJE tussen de ‘Vaaltjes’. De vogel werd opgepikt door RR, waarna zeven gelukkigen konden meegenieten. Dit betreft ongeveer het twaalfde exemplaar in Katwijk. Deze dag was sowieso goed met een Middelste jager, weer een Rosse Franjepoot, Geoorde Fuut, vier Grote Zee-eenden en een hoop extra’s.

Middelste Jager, Buitenwatering, 19 november 2015 Rene van Rossum

Een Vorkstaartmeeuw werd op de 15e gezien door Reinder Genuït (RG). Na twee relatief rustige dagen was 18/11 een topdag voor Katwijk. In tien minuten tijd werd er een ZWARTE ROTGANS en een HUMES BLADKONING gevonden. De rotgans betreft zelfs een nieuwe soort voor Katwijk! De vogel werd gevonden door RR tijdens een zeetelling bij Savoy.

Zwarte Rotgans, Buitenwatering, 18 november 2015 Rene van Rossum

De bladkoning werd gevonden door Joël Haasnoot (JH) in Berkheide – Ouwe Plas – Jan van Parlebos. Katwijk heeft de laatste jaren een patent op deze soort. Het is alweer het zesde geval in ongeveer vijf jaar. De vogel werd voor het laatst waargenomen op 28/11. Ook van deze soort staat een uitgebreider verhaal op de site.

Humes bladkoning, Berkheide – Ouwe Plas – Jan van Parlebos, 26 november 2015 Fred Klootwijk.

Op 20/11 zag Jaap Engberts (JE) de tweede Vorkstaartmeeuw van de maand langs Savoy. Deze dag werden er eveneens drie Kleine Alken gezien. Op 21/11 vloog er hier wederom een Kleine Alk. Vermeldenswaardig is de waarneming van een Ransuil die uit zee kwam vliegen en kort in de tuin van Savoy zat. Naast Ransuil werden er ook Velduilen en Kerkuilen gezien deze maand. De 22e vond Rob Hoeben (RH) een tweede winter Kleine Burgemeester in de Binnenwatering. 28/11 was de laatste datum dat de vogel werd gezien. Wat meeuwen betreft: de hele maand door werden er meerdere Geelpootmeeuwen en Pontische Meeuwen gezien in en rond de watering. Misschien verschijnt er eens een artikel op de site over de herkenning van deze soorten ten behoeve van de leek? De 22e leverde ook nog een Kleine Zilverreiger op in de Klip door Sven Marijn (SV), en een waarneming van een mannetje Kleine Bonte Specht in Berkheide Hanengekraai. Overigens werden er meerdere waarnemingen gedaan van deze soort. Laatste jaren is het zelfs een incidentele broedvogel in Katwijk!

Tweede winter Kleine burgmeester (links) in Binnenwatering, 22 november 2015 Johnny van der Zwaag).


Mannetje Kleine Bonte Specht, Berkheide Hanengekraai, 22 november 2015 Roland Wantia.

Een Bonte Kraai werd op 23/11 gezien in Berkheide door Vincent van der Spek (VS), evenals een man Sneeuwgors.

Man Sneeuwgors (ondersoort nivalis), Berkheide Katwijk, 23 november 2015, Vincent van der Spek.


Bonte Kraai, Wassenaar – Lentevreugd, 28 november 2015, Thea van Gogh.

De Bonte Kraai werd na de eerste waarneming enkele keren gezien op Lentevreugd. De laatste jaren hebben we van deze soort hooguit twee exemplaren in de winter, waar het vroeger nog een algemene doortrekker was in Katwijk.

Op 28/11 zag Ton de Groot (TG) een Kleine Alk langs Savoy. Sjaak Schilperoort (SS) vond de 23e een Grote Burgemeester in de Binnenwatering. ’s Ochtends zag hij er al een langs Savoy. Waarschijnlijk is het dezelfde vogel.

Eerste winter Grote Burgemeester (rechter meeuw) in Binnenwatering, 29 november 2015, Sjaak Schilperoort.

Na deze fantastische maand is het afwachten wat december gaat brengen. Uiteraard zal er veel over zee worden gekeken en zal de Binnenwatering regelmatig worden gecheckt. Daarnaast worden de eerste grote aantallen Smienten gezien. Wie weet!

Tekst: Gijsbert Twigt

Duikers, een verdieping in vogelvlucht.


Winter staat weer voor de deur en daarmee de komst van duikers (Gavia’s). De eerste (IJs)duikers zijn inmiddels al weer waargenomen. Om de kenmerken van deze soorten nog even naar boven te halen hebben we een aantal filmpjes verzameld, juist die van matige kwaliteit omdat dit een realistischer beeld geeft waarin de vogels veelal op afstand worden waargenomen.

Per soort is er, indien vindbaar, een filmpje gegeven van de vlucht en zwemmende vogel(s) met een opsomming van een paar key-features waar op gelet moet worden bij duikers in winterkleed in wat lastigere omstandigheden.

Duikers in vlucht kunnen nog worden verward met een fuut, maar duikers hebben donkere bovenvleugels zonder witte banen. De grotere duikers kunnen nog eens met branta-ganzen of onvolwassen Aalscholvers worden verward meer daarbij dient gelet te worden op de lichte onderdelen, donkere-lichte hals verdeling en lange uitstekende poten van de duikers.


IJsduiker met Parelduikers

Roodkeelduiker
Meest algemene duiker die langs de kust wordt gezien. Valt op door lichte voorkomen en kopknikken in de vlucht.

  • Kleinste van alle duikers maar scheelt niet veel met Parelduiker;
  • Bij goede lichtomstandigheden duidelijk lichte duiker, meeste wit van alle vier;
  • Lichte hals maar bij juveniele/eerste winters donkerder en minder scherp contrast;
  • Vliegt vaak in kleine groepen en op verschillende hoogten boven zee;
  • Enige duiker die tijdens vlucht met de kop knikt!

  • Van afstand al opvallend licht;
  • Kleinere duiker;
  • Vrijstaand oog door lichte teugel maar op afstand niet goed zichtbaar;
  • Houdt dunne grijze snavel schuin veelal omhoog gericht;
  • Houding van kop, nek en borst meer als een gekantelde 7
  • Veel wit in de nek, donkere/grijze achterhals is minder dan bij Parelduiker.
  • Lichtere flank maar met donkere strepen;
  • Gestroomlijn aflopend achterlichaam.

Parelduiker
Schaarser dan Roodkeelduiker. Overwegend donkere duiker maar kan snel verward worden met juveniele/eerste winter Roodkeelduiker.

(vlucht geen bruikbaar materiaal vindbaar)

  • Komt direct al over als donkere duiker, uitzondering met veel zon op donkere achtergrond waardoor het wit kan overstralen;
  • Knikt niet met de kop zoals Roodkeelduiker dat doet;
  • Duidelijk contrast met donkere bovendelen en lichte onderdelen.

  • Donkere duiker;
  • Houdt snavel horizontaal;
  • Geen donkere vlek in de hals;
  • Oog niet vrijstaand;
  • Meer dolkachtige lichtere snavel, tussen Roodkeel- en IJsduiker.
  • Houding van kop, nek, hals vorm van een S.
  • Donkere hals en lichte keel met scherp contrast, donkere deel is prominenter (lijkt soms alleen witte kin en borst te hebben (pas op eerste winter Roodkeelduiker)
  • Lichte flank veelal niet zichtbaar, hooguit ter hoogte van de dij.

IJsduiker
Zeldzamere verschijning met jaarlijks een paar vogels langs de kust. Eén na grootste duiker van de vier met imposant voorkomen.

  • Zware bouw en lichaam met hangende buik;
  • Dikke nek en stevige kop die gelijk in elkaar overlopen;
  • Snavel wordt horizontaal gehouden in vlucht;
  • Vogel in vlucht doet in eerste instantie denken aan een gans-achtige, zwaardere en tragere vleugelslag.

  • Grote stevige duiker;
  • Geen opvallend lichte flanken;
  • Smoezelige overgang van donkere nek naar hals met donkere vlek;
  • Markante kopvorm, steil voorhoofd met “knobbel”.
  • Houding van kop, nek en borst als een Z
  • Licht gekleurde dolkvormige snavel die horizontaal wordt gehouden;
  • Vogels lijken ook wat hoger in het water te liggen.


Geelsnavelduiker
Zeldzame soort en alleen met IJsduiker te verwarren. Onderscheid zich vooral door lichte gele snavel. Grootste van alle duikers.

  • Lijkt meest op IJsduiker maar komt lichter en vriendelijker over;
  • Doet naam eer aan, alleen kleur niet altijd makkelijk te onderscheiden;
  • Kleed komt lichter over, meer melkchocolade bruin;
  • Oog duidelijker zichbaar op wat lichtere kop;
  • Eerste winter duidelijk golvend patroon op bovendelen, is ook aanwezig bij eerste winter IJsduiker maar donkerder waardoor niet altijd zichtbaar;
  • Houdt kop/snavel veelal schuin omhoog, als Roodkeelduiker.

Helaas geen vluchtbeelden maar als goedmaker mooi filmmateriaal van adult in zomerkleed.


Pacific Loon
Nog niet eerder waargenomen in Nederland. In vlucht, met name op afstand, niet te onderscheiden van Parelduiker.

  • Zwemmende vogels tonen donkerdere (achter)flanken, bij Parelduiker wit;
  • Veelal een donkere keelstreep;
  • Smoeselige overgang van licht naar donker op wang, i.t.t. duidelijk contrast bij Parelduiker;
  • In goede lichtomstandigheden kan er een drie-tonige nekovergang worden waargenomen: Een witte voorhals, een donkere overgang die weer lichter wordt naar de achterhals;
  • In vlucht is het enige onderscheidende kenmerk een donkere anaalstreep bij Pacifische. Deze donkere baan verbindt de aanzet van beide poten met elkaar waardoor de witte onderstaartdekveren niet overgaan op de lichte buik zoals bij Parelduiker.

Blauwstaart in het voorjaar


Vrijdagmorgen 10 april 2015 was ik (Maarten Langbroek) om half zes opgestaan om vroege voorjaarsoorten te inventariseren. Vandaag waren de Coepelduynen tussen Katwijk en Noordwijk aan de beurt. De gehele morgen hing er een dichte mist boven het duin, wat het zicht wel wat bemoeilijkte. Toch ben ik maar doorgegaan met de inventarisatie, want er zong genoeg. Opvallend waren de vele Roodborsttapuiten en Kneuen, en verder al een zingende Sprinkhaanzanger.

Blauwstaart

Om ongeveer kwart voor negen besloot ik om terug te wandelen richting Katwijk, en wel over het fietspad, zodat ik ook wat soorten uit de zeereep kon karteren. Nadat ik, vanuit Noordwijk gezien, de eerste grote S-bocht was gepasseerd werd mijn aandacht getrokken door een klein, bruin vogeltje in een ligusterstruik, laag bij de grond. Toen ik mijn kijker erop wilde richten, werd het beestje door een wandelaar met hond opgejaagd en vloog voor mij langs de zeereep in. De vogel foerageerde vliegenvangerachtig langs het hek, en ook viel me op dat het staartje vaak op en neer ging. Opnieuw richtte ik mijn kijker. Ik kon het haast niet geloven: dit was een Blauwstaart! Mooie oranje flankjes, licht keeltje en een vaalblauw staartje! Nadat ik alles duidelijk aan het beestje had gezien, begon ik, voor zover dat mogelijk was, in alle rust mijn camera uit mijn tas te halen. Nadat ik voor mezelf een paar bewijsplaatjes had geschoten, besloot ik de Blauwstaart door te geven via de lokale Whatsapp-groep. Daar werd meteen heftig en enthousiast gereageerd. Ook moest ik direct een aantal telefoontjes aannemen van mensen die graag wilden weten waar de vogel precies zat. Door alle commotie ben ik de vogel toen een kwartiertje kwijtgeraakt, maar gelukkig dook het beestje al snel weer op.

Blauwstaart

Precies toen ik het beestje weer vond kwam Casper Zuyderduyn aan gestormd. Hij was de eerste na mij die van deze geweldige vogel kon genieten. Niet lang daarna kwamen er snel meerdere vogelaars die de Blauwstaart wilden bekijken en op de foto wilden zetten. Regelmatig kwam de vogel erg dichtbij en werden er salvo’s plaatjes geschoten. In totaal hebben 125 mensen de Blauwstaart ingevuld op waarneming.nl. Het werkelijke aantal waarnemers kan wel het dubbele zijn geweest. De vogel is tot ´s avonds laat gezien, zaterdag 11 april was er echter geen spoor meer van te Blauwstaart te bekennen.

Het broedgebied van de Blauwstaart strekt zich uit vanaf Finland oostwaarts tot aan Noord-Azië en Japan. De Blauwstaart is een echte trekvogel, die overwintert in Zuidoost-Azië. Het is vooral een soort van Taigabossen, maar verder in het Oosten, waar de vegetatie schraler wordt, komt de Blauwstaart voor in struiken en struweel zoals Dwergberk. Het is grappig om te zien dat het habitat van de Coepelduynen (lage Liguster- en Duindoornstruiken) enigszins lijkt op laatstgenoemde biotoop.

Blauwstaart

De Blauwstaart van Noordwijk betreft het 21e geval voor Nederland ooit, en de eerste voor Noordwijk en verre omstreken. Wat deze waarneming heel bijzonder maakt is de periode van het jaar. Verreweg de meeste Blauwstaarten duiken op in het najaar. In januari en februari van 2003 echter verbleef een ex in de duinen bij Zandvoort. Dat kunnen we een voorjaarsgeval noemen. De Blauwstaart van de Coepelduynen is dan de tweede voorjaarswaarneming ooit in Nederland. Er zijn aanwijzingen dat de stand in de voor ons dichtstbijgelegen broedgebieden toeneemt. Dat heeft zich al vertaald in een (sterke) toename van het aantal waarnemingen in Noordwest-Europa. Het laatste decennium is de soort zijn mythische status voor bijvoorbeeld Britse en Nederlandse vogelaars een beetje kwijtgeraakt. Maar een waarneming van een Blauwstaart, zeker van een vogel die zich zo mooi laat bekijken als die van de Coepelduynen, blijft een enorme buitenkans!

Tekst: Maarten Langbroek
Foto’s: René van Rossum