Categorie archief: Artikel

Reguliere artikelen over bijvoorbeeld leuke waarnemingen

Duikers, een verdieping in vogelvlucht.


Winter staat weer voor de deur en daarmee de komst van duikers (Gavia’s). De eerste (IJs)duikers zijn inmiddels al weer waargenomen. Om de kenmerken van deze soorten nog even naar boven te halen hebben we een aantal filmpjes verzameld, juist die van matige kwaliteit omdat dit een realistischer beeld geeft waarin de vogels veelal op afstand worden waargenomen.

Per soort is er, indien vindbaar, een filmpje gegeven van de vlucht en zwemmende vogel(s) met een opsomming van een paar key-features waar op gelet moet worden bij duikers in winterkleed in wat lastigere omstandigheden.

Duikers in vlucht kunnen nog worden verward met een fuut, maar duikers hebben donkere bovenvleugels zonder witte banen. De grotere duikers kunnen nog eens met branta-ganzen of onvolwassen Aalscholvers worden verward meer daarbij dient gelet te worden op de lichte onderdelen, donkere-lichte hals verdeling en lange uitstekende poten van de duikers.


IJsduiker met Parelduikers

Roodkeelduiker
Meest algemene duiker die langs de kust wordt gezien. Valt op door lichte voorkomen en kopknikken in de vlucht.

  • Kleinste van alle duikers maar scheelt niet veel met Parelduiker;
  • Bij goede lichtomstandigheden duidelijk lichte duiker, meeste wit van alle vier;
  • Lichte hals maar bij juveniele/eerste winters donkerder en minder scherp contrast;
  • Vliegt vaak in kleine groepen en op verschillende hoogten boven zee;
  • Enige duiker die tijdens vlucht met de kop knikt!

  • Van afstand al opvallend licht;
  • Kleinere duiker;
  • Vrijstaand oog door lichte teugel maar op afstand niet goed zichtbaar;
  • Houdt dunne grijze snavel schuin veelal omhoog gericht;
  • Houding van kop, nek en borst meer als een gekantelde 7
  • Veel wit in de nek, donkere/grijze achterhals is minder dan bij Parelduiker.
  • Lichtere flank maar met donkere strepen;
  • Gestroomlijn aflopend achterlichaam.

Parelduiker
Schaarser dan Roodkeelduiker. Overwegend donkere duiker maar kan snel verward worden met juveniele/eerste winter Roodkeelduiker.

(vlucht geen bruikbaar materiaal vindbaar)

  • Komt direct al over als donkere duiker, uitzondering met veel zon op donkere achtergrond waardoor het wit kan overstralen;
  • Knikt niet met de kop zoals Roodkeelduiker dat doet;
  • Duidelijk contrast met donkere bovendelen en lichte onderdelen.

  • Donkere duiker;
  • Houdt snavel horizontaal;
  • Geen donkere vlek in de hals;
  • Oog niet vrijstaand;
  • Meer dolkachtige lichtere snavel, tussen Roodkeel- en IJsduiker.
  • Houding van kop, nek, hals vorm van een S.
  • Donkere hals en lichte keel met scherp contrast, donkere deel is prominenter (lijkt soms alleen witte kin en borst te hebben (pas op eerste winter Roodkeelduiker)
  • Lichte flank veelal niet zichtbaar, hooguit ter hoogte van de dij.

IJsduiker
Zeldzamere verschijning met jaarlijks een paar vogels langs de kust. Eén na grootste duiker van de vier met imposant voorkomen.

  • Zware bouw en lichaam met hangende buik;
  • Dikke nek en stevige kop die gelijk in elkaar overlopen;
  • Snavel wordt horizontaal gehouden in vlucht;
  • Vogel in vlucht doet in eerste instantie denken aan een gans-achtige, zwaardere en tragere vleugelslag.

  • Grote stevige duiker;
  • Geen opvallend lichte flanken;
  • Smoezelige overgang van donkere nek naar hals met donkere vlek;
  • Markante kopvorm, steil voorhoofd met “knobbel”.
  • Houding van kop, nek en borst als een Z
  • Licht gekleurde dolkvormige snavel die horizontaal wordt gehouden;
  • Vogels lijken ook wat hoger in het water te liggen.


Geelsnavelduiker
Zeldzame soort en alleen met IJsduiker te verwarren. Onderscheid zich vooral door lichte gele snavel. Grootste van alle duikers.

  • Lijkt meest op IJsduiker maar komt lichter en vriendelijker over;
  • Doet naam eer aan, alleen kleur niet altijd makkelijk te onderscheiden;
  • Kleed komt lichter over, meer melkchocolade bruin;
  • Oog duidelijker zichbaar op wat lichtere kop;
  • Eerste winter duidelijk golvend patroon op bovendelen, is ook aanwezig bij eerste winter IJsduiker maar donkerder waardoor niet altijd zichtbaar;
  • Houdt kop/snavel veelal schuin omhoog, als Roodkeelduiker.

Helaas geen vluchtbeelden maar als goedmaker mooi filmmateriaal van adult in zomerkleed.


Pacific Loon
Nog niet eerder waargenomen in Nederland. In vlucht, met name op afstand, niet te onderscheiden van Parelduiker.

  • Zwemmende vogels tonen donkerdere (achter)flanken, bij Parelduiker wit;
  • Veelal een donkere keelstreep;
  • Smoeselige overgang van licht naar donker op wang, i.t.t. duidelijk contrast bij Parelduiker;
  • In goede lichtomstandigheden kan er een drie-tonige nekovergang worden waargenomen: Een witte voorhals, een donkere overgang die weer lichter wordt naar de achterhals;
  • In vlucht is het enige onderscheidende kenmerk een donkere anaalstreep bij Pacifische. Deze donkere baan verbindt de aanzet van beide poten met elkaar waardoor de witte onderstaartdekveren niet overgaan op de lichte buik zoals bij Parelduiker.

Highlights van september en oktober 2015


De najaarstrek is nog in volle gang en ondertussen zijn er al leuke soorten waargenomen. Echte twitchbare mega’s zijn nog uitgebleven maar we hebben ook niet te klagen. Hier een samenvatting van de hoogtepunten, bij bijzondere soorten kan er doorgeklikt worden voor meer info.

Op dit moment komt de lijstertrek goed op gang met grote aantallen Kramsvogels en ook de Spreeuwen lijken wat meer los te komen. November kan nog altijd leuke dwaalgasten opleveren.

Oktober

Een Kwartel werd opgestoten op 24/10 in Berkheide (ML). Over zee vloog op 25/10 een IJsduiker (RR). Het is een slecht najaar voor zeevogels maar toch werden er 5  Grauwe Pijlstormvogels op 22/10 (WA) en 1 op 17/10 (BW) over zee waargenomen. Een Rode Wouw vloog op 30/10 over Rijnsburg (BW). Een Zeearend werd op 18 (AvdP) en 19/10 (AP) waargenomen in de omgeving van Vliegveld Valkenburg.

19/10 Onvolwassen Zeearend over Panbos, Arjan Portengen.

Vanaf de Puinhoop werd een grote valk waargenomen waarbij het hoogstwaarschijnlijk om een GIERVALK gaat, de vogel kon ook opgepikt worden vanaf de Vulkaan (VW)

Mogelijke Giervalk gefotografeerd vanaf de Vulkaan door Danny Laponder op 26/10

Eén en mogelijk dezelfde Raaf werd op 9/10 waargenomen bij Vliegveld Valkenburg (BB) en op 14/10 boven de Ganzenhoek (VW). Op 20/10 werd een mogelijke overvliegende GOUDLIJSTER gezien over Rijnfront, door het matige licht en niet voor handen hebben van een verrekijker werden cruciale kenmerken niet gezien (MD). Een soort die nooit gaat vervelen en steeds algemener wordt in het najaar is de Bladkoning, hier zijn 23 waarnemingen van ingevoerd, op 29/10 werd in de Ganzenhoek kort een exemplaar waargenomen waarbij Humes Bladkoning niet kon worden uitgesloten (GT). Dit gaat ook bijna op voor de Grote Pieper waar 13 waarnemingen (7 vogels) van zijn ingevoerd. Ook deze maand werden er Roodkeelpiepers waargenomen, op 9/10 over de Puinhoop (RR) en 4/10 over Berkheide (AE). Er werden aardig wat Europese Kanaries waargenomen (32 keer ingevoerd) waarvan twee pleisterende exemplaren ontdekt door AE op 31/10 veel bekijks trokken. Over Berkheide vloog op 4/10 een Ortolaan naar zuid (SS).

Man en vrouw Europese Kanarie aanwezig op de Puinhoop op 31/10, foto Johnny van der Zwaag

September

Op 05/09 werd een enkele langstrekkende Grauwe Pijlstormvogel gezien langs Savoy (RG). Deze dag werden ook 5 Vaal Stormvogeltjes gezien langs Savoy (EM) en de dag erna nog één exemplaar (VW). Een Purperreiger vloog op 21/9 over Vliegveld Valkenburg (FV) en op 30/9 langs de Puinhoop (RR, JH). 3 Visarenden werden deze maand overtrekkend waargenomen op 12,29 en 30/9 (VW).

Man Visarend over de Puinhoop op 29/9, foto René van Rossum.

Een Morinelplevier vloog op 12/9 over de Puinhoop (VW). 2 Kleine Strandlopers werden op het strand gezien op 16/9 (TH). Op 27/9 vloog een Lachstern tussen de Kokmeeuwen over zee (NA). Slechts 8 langstrekkende Middelste Jagers werden deze maand waargenomen (VW). OP 25/9 werd een Kleinste Jager gezien vanaf Savoy (JE). Op 6 en 19/9 werden Draaihalzen waargenomen in de Coepelduynen (CZ).

Draaihals gefotografeerd door Casper Zuyderduyn in de Coepelduynen.

Op 27/9 werd een Grauwe Klauwier ontdekt door Joost van der Sluis in de Coepelduynen t.h.v. de Bergstichting.

Juveniel Grauwe Klauwier met Gewone Aardhommel, foto Johnny van der Zwaag

De rondzwervende Raaf http://katwijk.waarneming.nl/fotonew/0/9567910.jpg werd meerdere malen waargenomen in de omgeving van Lentevreugd. 4 Strandleeuweriken vlogen op 30/9 over de Puinhoop (VW). Bladkoning werd deze maand 19 keer ingevoerd m.n. in het Ridderpark, Ganzenhoek en de Bergstichting (VW).

Eén van de vele Bladkoningen, gefotografeerd in de Ganzenhoek door Peter van Duijn.

De eerste Grote Pieper werd op 28/9 over de Puinhoop gezien (RR) waar deze maand ook 5 Duinpiepers overtrekkend werden waargenomen (VW). Op 27/9 werd een overtrekkende Roodkeelpieper gezien over de Coepelduynen (JE) en een exemplaar aanwezig in een groep Graspiepers in Berkheide (MD). Eén Europese Kanarie vloog op 31/9 over de Puinhoop als afsluiter van de maand (RR).

Overtrekkende Duinpieper over de Puinhoop, foto René van Rossum

Goudhanen influx


Nominaat Goudhaan (man) Regulus regulus regulus (foto Rob Floor)

Het zal niemand ontgaan zijn dat Nederland overspoeld wordt door Goudhaantjes. Werkelijk overal, met name in of nabij dennen, zijn momenteel Goudhanen te vinden. Maar waar komen ze toch vandaan?

Er zijn een aantal ringmeldingen, onder andere van Vlieland, van vogels die geringd zijn in de Scandinavische landen.  Die kunnen verklaard worden door de “falls” op de Waddeneilanden en nachtelijke trekbewegingen die zijn opgepikt door de radars van Defensie de afgelopen nachten.

In Eurazië komen verschillende ondersoorten voor van Goudhaan, naast de “nominaat” (R.r.regulus) die bij ons voorkomt (zie onderstaand), is het goed mogelijk dat er er tussen als deze nominaat Goudhanen een verre neef/nicht van een andere ondersoort opduikt. Meest kansrijk is R.r.coatsi uit Kazakstan grofweg uit een gebied waar ook de Humes Bladkoning vandaan komt die bij ons in November opduiken.

Het is dus opletten of je tussen de Goudhanen vogels ziet waarbij het grijs van de nek verder door loopt op de mantel, de onderdelen lichter zijn en de vleugelstreep breder en lichter is. (Meer foto’s van R.r.coatsi)

Grijs in nek loopt verder door op de mantel, lichtere onderdelen en bredere lichte vleugelstreep
R.r. coatsi. Grijs in nek loopt verder door op de mantel, lichtere onderdelen en bredere lichte vleugelstreep

R. r. regulus (Linnaeus, 1758). Breeds in most of Europe; this is the nominate subspecies.
R. r. himalayensis (Bonaparte, 1856). Breeds in the Himalayas; it is similar to the nominate subspecies, but slightly paler above and with whiter underparts.
R. r. japonensis (Blakiston, 1862). Breeds in Eastern Asia, including Japan, Korea, China and Siberia; it is greener and has darker upper-parts than the nominate form, and has broad white wingbars.
R. r. tristis (Pleske, 1892). Breeds in China and Central Asia, wintering in northeastern Afghanistan. Records of this race from Ladakh claimed by Meinertzhagen are considered to be fraudulent.[21] It is distinctive, with the black edges to the crest largely absent. The crown of the male is yellower than in other forms, and the underparts are much duller and greyer.
R. r. coatsi (Sushkin, 1904). Breeds in Russia and Central Asia, and is paler above than the nominate subspecies.
R. r. yunnanensis (Rippon, 1906). Breeds in the Eastern Himalayas, Burma and China; it is like R. r. sikkimensis, but darker overall with dark green upper-parts and darker buff underparts.
R. r. hyrcanus (Zarudny, 1910). Breeds only in Iran; it is like R. r. buturlini, but slightly darker.
R. r. buturlini (Loudon, 1911). Breeds in Eastern Europe, the Caucasus and Central Asia. It is paler above than the nominate subspecies, and greyish-green rather than olive.
R. r. sikkimensis (Meinertzhagen R. & Meinertzhagen A., 1926). Breeds in India and China. It is darker than R. r. himalayensis, and greener than the nominate subspecies.
Bron Wikepedia

Psiieeep’ers


Dit najaar zijn er in Katwijk al aardig wat leuke schaarse piepersoorten waargenomen. Onderstaand de soorten met aantal waargenomen vogels. Een spoedcursus met het geluid en plaatje van 1e kj vogels.

Mongoolse Pieper is een goede kandidaat om eens opgepikt te worden in Katwijk en Pechora Pieper een soort die hoog op de wenslijst staat van velen.


Roodkeelpieper (4)

1e kj Roodkeelpieper, foto Stefan Johanson
  • Duidelijk gestreepte stuit;
  • Lichte “ tramrails” op rug net als Pechora, kan Graspieper soms ook hebben maar minder licht;
  • Opvallende snor- en  baardstreep met donkere vlek op zijhals. Streping over borst loopt door over (licht creme) onderdelen;
  • Duidelijk gestreepte kruin;
  • Donkere tertials met witte(re) rand, donkere eindpunt tertial basis die hoek maakt naar binnenvlag.

Waarnemingen Katwijk

Pechorapieper

1e kj Pechorapieper, foto Chris Turner
  • Enige pieper met handpennen voorbij de tertials stekend;
  • Witte “ tramrails” op bovendelen, ook aanwezig bij roodkeelpieper;
  • donkere zijhalsvlek met zware streping doorlopend op “lichte/witte” onderdelen;
  • zwakke snor en baardstreep waardoor wang ongetekend oogt;
  • duidelijke witte vleugelstrepen (witte toppen vleugeldekveren).

Graspieper

1e kj Graspieper, foto Steve Young
  • Lichte teugelstreep;
  • Zwakke oogstreep’
  • Dunne snavel’
  • Zwaar gestreepte mantel;
  • Lange achterteennagel.

Waarnemingen Katwijk


Siberische Boompieper (1)

1e kj Siberische Boompieper, foto Jaap Denee
  • Olijfkleurige en zwak getekende bovendelen;
  • Typerend vrijstaande lichte vlek in de oorstreek met daaronder een donkere vlek;
  • Groenbruine tertial randen, bij Boompieper bruin;
  • Tweekleurige wenbrauw, crem voor het oog, wit achter het oog;
  • Sterk getreepte witte borst (boompieper creme), doorlopend op de flanken.

 Waarnemingen Katwijk

Boompieper

1e kj Boompieper, foto Francisco Garcia
  • Zwaar gestreepte borst en fijner op de flanken;
  • Duidelijke(re) snorstreep en wenkbrauwstreep;
  • Contrastrijke middenvleugeldekveren als bij Duinpieper;
  • Vrij forse snavel, meest forse van alle “kleinere” piepers;
  • Creme borst met lichte buik.

Waarnemingen Katwijk


Duinpieper (8)

1e kj Duinpieper, foto Dirk Eijkemans
  • Opvallende teugelstreep;
  • Egale onderdelen, minder streping dan vergelijkbare soorten;
  • Zwak getekende bovendelen, kan in 1e kj nog geschubde juveniele bovendelen houden;
  • Contrasterende donkere centra middelste dekveren ten opzichte van rest van “zandkleuring” lichaam.

Waarnemingen Katwijk 

 Grote Pieper (4)

1e kj Grote Pieper, foto Arie Ouwerkerk
  • Groot en langerekt formaat, lange staart doet bijna lijsterachtig voorkomen;
  • Duidelijke wenkbrauw doorlopend achter het oog;
  • Stevige en lange snavel;
  • Diffuus contrast middelste dekveren, lopen in punt uit;
  • Fijne en korte streping op borst, loopt niet door op flanken.

Waarnemingen Katwijk

 Mongoolse Pieper

1e kj Mongoolse Pieper, foto Markus Varesvuo
  • Zwakke wenkbrauwstreep die achter oog vervaagt;
  • Kortere staart en snavel waardoor, m.n. in vlucht, meer gedrongen indruk;
  • Fijne en korte snavel;
  • Contrasterende midden vleugeldekveren, minder puntig uitlopend dan bij Grote Pieper, randen ook lichter dan bij Grote;
  • Kortere achterteennagel, niet langer dan achterteen zelf.


Oeverpieper

1e KJ Oeverpieper, foto Rudy de Bruyne
  • Bovendelen weinig contrast met onderdelen, daardoor egaal ogend;
  • Bovendelen amper gestreept;
  • Duidelijke baardstreep;
  • Weinig opvallende wenkbrauwstreep;
  • Over algemeen geen witte buitenste staartveerranden.

Waarnemingen Katwijk

 Waterpieper 

1e kj Waterpieper, foto James Wood
  • Warmbruine stuit;
  • Donkere teugel;
  • Witte buitenste staartpennen;
  • Duidelijke lichte baard- en wenkbrauwstreep;
  • Enige (doorschijnende) tekening op mantel.

Waarnemingen Katwijk

 Amerikaanse Waterpieper 

1e kj Amerikaanse Waterpieper, foto Kit Day
  • Formaat Graspieper, daarmee kleiner dan Water- en Oeverpieper;
  • Geen donkere teugel;
  • Meer contrastrijke vleugeldekveren en tertials i.t.t. Water- en Oeverpieper;
  • Zeer zwak getekende rug en hals;
  • Donkere poten;

Pacifische Waterpieper

1e kj Pacifische Waterpieper, foto Nial Moores
  • Lichte poten i.t.t. Amerikaanse Waterpieper;
  • Witte vleugelstrepen i.t.t. Amerikaanse Waterpieper;
  • Fijnere borst en flankstreping i.t.t. Amerikaanse Waterpieper;
  • Complete witte oogring;
  • Creme onderdelen.

Bollenland onder water!


Katwijk heeft heel veel te bieden op vogelgebied. Maar om nu te zeggen dat we goede plekken hebben voor steltlopers… Nee dus. Mooie slikrandjes voor de vele soorten steltjes en ‘peeps’ die we in Nederland kunnen verwachten zijn zeer schaars in Katwijk en omstreken. De steltlopers onder de weidevogels en ruiters als Witgatje, Oeverloper en Groenpootruiter zijn niet zeldzaam bij ons, maar Kleine Strandloper, Krombek en Temmincks Strandloper (om maar wat klein grut te noemen) wel degelijk. Wat dat betreft missen we de pionierssituatie waarin Lentevreugd 15 jaar geleden verkeerde.

Bollenland onder water zetten doen ze in Katwijk niet. Maar net over de grens met Noordwijk tegenwoordig wel! Kwekers zetten het land zes tot acht weken onder water ter bestrijding van aaltjes, schimmels en onkruid. Ze hoeven dan minder gebruik te maken van chemische bestrijdingsmiddelen, waarvan het gebruik ook aan steeds strengere regels wordt gebonden.Op dit moment staat een groot, langwerpig perceel tussen de Achterweg en de Provinciale weg N 206 onder water. Voor steltlopers lijkt het nog niet helemaal ideaal (op zondag 22 september), maar Kemphaan en zeker Kluut ter plaatse zijn bij ons leuke soorten, en hoe vaak zien we nu foeragerende Zwarte Sterns? Op dit moment wordt het perceel vooral bevolkt door Kokmeeuwen, Zilvermeeuwen en Kleine Mantelmeeuwen. Voor de meeuwenadepten is het dus al een mooie plek. Boven het water scheren groepjes Huis- en Boerenzwaluwen. Die zoeken we natuurlijk ook af.

De Klei

Onder water gezet bollenland net bovern Katwijk. Zicht vanaf de Achterweg richting het zuidoosten.
Onder water gezet bollenland net boven Katwijk. Zicht vanaf de Achterweg richting het zuidoosten.

In de ochtenduren is, in verband met het tegenlicht, het weggetje naast de waterzuivering een goede plek om de scoop op te stellen. In de middag is het licht goed voor kijken vanaf de Achterweg. Kijk een beetje uit daar; het is er heel smal!

Eerder genoemde Kluten en Kemphanen zijn hopelijk een voorbode van meer soorten steltlopers als het waterpeil gaat zakken en de boel wat slikkiger wordt. We gaan het zien.

Onder water gezet bollenland net boven Katwijk. Zicht vanaf de waterzuivering.
Onder water gezet bollenland net boven Katwijk. Zicht vanaf de waterzuivering.

Wat maakt een onder water gezet perceel nu interessant? Als er veel bomen omheen staat is het voor de meeste watervogels, die houden van uitzicht, niet zo interessant. Als een perceel tussendoor een keer is drooggevallen zal dat ook meer vogels aantrekken, want je krijgt dan meer slik. Overigens moet voor een goede bestrijding van ongewenste organismen het waterpeil niet lager staan dan 10 centimeter. Het moet op de bodem echt zuurstofloos zijn.


Elsgeesterpolder

Perceel onder water in de Elsgeesterpolder. Langs de Rijnsburgerweg net te zuiden van Voorhout.
Perceel onder water in de Elsgeesterpolder. Langs de Rijnsburgerweg net ten zuiden van Voorhout.

Iets verder weg, aan de Rijnsburgerweg door de Elsgeesterpolder, net onder Voorhout, staat ook een perceel onder water. Dit perceel blijkt een stuk interessanter voor steltjes, met tussen de onvermijdelijke Kieviten, Goudplevieren en Kemphanen bijvoorbeeld ook Kleine Strandloper, Krombek en al een week lang een Morinelplevier.

 

Kemphaan op ondergelopen bollenland.
Het onder water zetten van bollenland levert regelmatig Kemphanen op.
Groenpootruiter op onder water gezet bollenland.
Groenpootruiter op onder water gezet bollenland.

Tekst: Gijsbert van der Bent
Foto’s: Gijsbert van der Bent

Foto’s Kemphaan en Groenpootruiter: René van Rossum

Zwartkopmeeuwen in Katwijk


Zoekt en gij zult vinden

Sinds juli zijn ze weer te zien in Katwijk aan Zee: Zwartkopmeeuwen! Met name de jonge Zwartkopmeeuwen komen weer langs. De eerste juveniel werd op 17 juli door Peter Spierenburg gezien in de Binnenwatering. Op 27 juli zagen René van Rossum en anderen daar zelfs een groep van vier juvenielen. De eerste adulte vogel werd op 4 juli al waargenomen, op het strand, door Johnny van der Zwaag.

De maanden juli en augustus zijn overigens een uitstekende tijd om jonge Zwartkopmeeuwen waar te nemen in onze regio. Na het verlaten van de broedkolonie zwerven ze rond, in hun eentje of achter hun ouders aan. Het is heel goed mogelijk dat de jonge meeuwen die wij in Katwijk zien afkomstig zijn uit de in de buurt liggende kolonies, zoals die bij het IJmeer of misschien wel de Nieuwkoopse Plassen. Maar ook komen al Zwartkopmeeuwen uit het buitenland de regio binnen. Zo zag Merijn Loeve op 28 juli in de Binnenwatering een juveniele Zwartkopmeeuw met een Poolse kleurring.

Kleurringprojecten voor Zwartkopmeeuwen worden op diverse locaties binnen Europa uitgevoerd, zoals in Duitsland, Hongarije, Tsjechië, Servië, Nederland, België en Frankrijk. Zo zijn we te weten gekomen dat veel van deze meeuwen samenkomen in Le Portel, Frankrijk, om daar een groot deel van de winter door te brengen. Voordat ze daar aankomen zwerven zij eerst nog rond, en het is dus goed mogelijk dat wij nog meer Zwartkopmeeuwen uit de oostelijke landen bij ons langs gaan zien komen. Nog tot in oktober/november moet dat mogelijk zijn.

 

Herkenning van Zwartkopmeeuwen blijft lastig. Een blik op de lijsten waarnemingen op waarneming.nl leert dat er relatief weinig Zwartkopmeeuwen in Katwijk ingevoerd worden. En als dat gebeurt is dat vaak door dezelfde vogelaars uit beperkte kring.
Dat is ook wel begrijpelijk, want zodra de volwassen meeuwen hun kenmerkende zwarte kap kwijt zijn geraakt zijn ze een stuk moeilijker om te ontdekken. En net als alle andere jonge meeuwen zijn ook Zwartkopmeeuwen in juveniel en 1ste-winterkleed lastig om te herkennen. De aantallen in Katwijk zijn ook laag. Vaak staat er maar één individu in een grote groep meeuwen in de Binnenwatering of op het strand, en die moet je er maar net weten uit te pikken.

Daarom even kort wat tips:

Zwartkopmeeuwen houden zich graag op tussen Kokmeeuwen. Scan daarom eens de groep Kokmeeuwen die zich in de Binnenwatering verzameld hebben. Er zou zomaar een Zwartkopmeeuw tussen kunnen staan.
Let op de kleur van de poten. Als je tussen alle rode/roze Kokmeeuwpoten een stel zwarte poten ziet staan, dan zijn die vast van een 1ste-winter Zwartkopmeeuw. Van alle kenmerken die een jonge Zwartkopmeeuw onderscheidt van een jonge Kokmeeuw is die pootkleur wel het meest opvallend.
Let op de kleur van de handpennen. Als die helemaal wit zijn, dan heb je een volwassen Zwartkopmeeuw in beeld. Tweede-winter Zwartkopmeeuwen, dus nog niet helemaal adult, hebben echter nog wat zwarte tekening in de handpennen.

Zwartkopmeeuw BInnenwatering
Lastig uit elkaar te houden als ze zitten: een juveniele Zwartkopmeeuw (links) en een juveniele Kokmeeuw (rechts). Opvallend zijn de witte randen op de mantel- en dekveren bij de Zwartkopmeeuw die voor een groter contrast zorgen. Vergeleken met de Zwartkopmeeuw is de juveniele Kokmeeuw veel egaler van kleur.
Binnenwatering, 26 juli 2015. Foto: Maarten van Kleinwee.

Uiteraard determineer je een meeuw nooit op een enkel kenmerk. Dus na het ontdekken van de zwarte poten of de witte handpennen moet de meeuw natuurlijk nog wel even beoordeeld worden op de rest van de kenmerken om de waarneming compleet te krijgen.

Veel succes met het ontdekken van de Zwartkopmeeuw in Katwijk aan Zee!

Maarten van Kleinwee

Zwartkopmeeuw
Juveniel, talud Binnenwatering, 27 juli 2015. Foto: René van Rossum
Zwartkopmeeuwe in vlucht
Jonge Zwartkopmeeuw (boven) in vlucht, met twee Kokmeeuwen. Binnenwatering, 27 juli 2015. Foto: René van Rossum

 

Gierzwaluwen weer vertrokken


Mysteries en verbazing

Hier boven de Wassenaarseweg (Katwijk aan den Rijn) lijken de Gierzwaluwen sinds 4 augustus vertrokken. Vanaf eind april waren er altijd wel enkele te bewonderen, tot maximaal zo’n 45 exemplaren. Er zijn geen tellingen uitgevoerd specifiek voor deze soort, maar in heel Katwijk zullen naar schatting zo’n 100-150 paar Gierzwaluwen broeden.

Weinig vogelsoorten broeden zo dicht bij de mens als de Gierzwaluw. In Oost-Europa blijken sommige Gierzwaluwen in holle bomen te broeden, maar het overgrote deel broedt onder dakpannen of in andere holtes van menselijke bouwwerken.
Het is merkwaardig dat een vogelsoort die zo dicht leeft bij de mens zo onbekend is bij de meeste mensen. In Noordwijk wordt de Gierzwaluw door een aantal liefhebbers goed gevolgd, onder meer met camera’s in nestkasten. Op die manier wordt heel veel interessante kennis opgedaan. Maar ook bij mensen die al tientallen jaren met de Gierzwaluw bezig zijn en de mysteries rond deze vogel stukjes bij beetjes ontrafelen blijft deze soort verbazen.

De jonge vogels vliegen moederziel alleen uit, moeten direct de vliegkunst machtig zijn, gaan op weg naar Afrika en blijven daar waarschijnlijk jaren hangen totdat ze geslachtsrijp zijn. Gierzwaluwen komen buiten de broedtijd niet op de grond, eten, slapen, wassen, verzamelen nestmateriaal en paren zelfs in de (v)lucht, kunnen met hun kleine pootjes en lange cirkelvormige vleugels zonder hulp niet van de grond opvliegen en kijken niet op een paar honderd kilometer per dag bij het verzamelen van voedsel. In Afrika vliegen ze in de wintermaanden het halve continent door. Onder de dakpannen in Europa moeten ze extreem hoge temperaturen kunnen verdragen. Bij langdurig slecht weer in de zomer kunnen de jongen in een soort winterslaap verdagen.

Gierzwaluw in zijn element
Gierzwaluw in zijn element

Uit een folder van Natuurvereniging Noordwijk:

Gierzwaluwen zijn tropische vogels, die de meeste tijd in Congo of Mozambique doorbrengen. Dag en nacht vliegen zij rond grote buiencomplexen, op zoek naar insecten. Eind april wagen zij de grote oversteek over de Sahara om in onze streken te komen broeden. Dit doen ze alleen onder dakpannen of in holtes van gebouwen. Zij zijn hiervoor dus geheel afhankelijk van mensen geworden. De vogels worden vaak ouder dan tien jaar, en keren bijna altijd terug naar hun nestplaats van het jaar ervoor. Deze plekken zitten meestal vrij hoog in een gebouw en hebben een vrije uitval. Zij zijn kampioen vliegen, maar ze bewegen zich na de landing nogal onbeholpen.

De Gierzwaluw leek/lijkt een riante toekomst tegemoet te gaan met de steeds uitbreidende bebouwing. Dit klopt maar ten dele. Oude gebouwen worden massaal gerestaureerd of gesloopt. Hierdoor verdwijnen steeds meer vogels richting de wat oudere nieuwbouwwijken. Maar ook die worden langzamerhand gerenoveerd. Het alternatief zouden dan de nieuwste wijken zijn. Maar helaas worden die dankzij het nieuwe Bouwbesluit hermetisch afgesloten. De Gierzwaluw komt in de toekomst waarschijnlijk steeds meer in de knel.
We kennen de situatie in Noordwijk redelijk goed. Er is op dit moment nog een gezonde populatie van zo’n 250 broedparen. Zij zitten vooral in de wijken die gebouwd zijn tussen 1920 en 1980. Tijdens hun verblijf in en boven Noordwijk eten deze vogels in drie maanden tijd gezamenlijk meer dan 250 miljoen (een kwart miljard !) insecten. Gierzwaluwen vormen een onmisbare schakel in de stadsnatuur.

Hein Verkade uit Noordwijk schreef op maandag 27 juli 2015 over ‘zijn’ Gierzwaluwen:
Vorige week dinsdag en woensdag zijn de eerste twee jonge Gierzwaluwen uitgevlogen in de Douzastraat. Dat heb ik natuurlijk niet zien gebeuren. Het derde jong zit in de dagen erna steeds in de doorgang uit de nestholte naar buiten te kijken. Gisteren heb ik er nog een foto van gemaakt.
Vanmiddag om kwart voor één weer wezen kijken, en ja hoor het jong zat weer in de doorgang. Er ligt een hoop rotzooi van de afgelopen storm voor de schuur, dus dat maar even opruimen. Maar het begint hard te regenen en ik ga schuilen in de open schuurdeur. Dan vliegt er in mijn rechter ooghoek (12.55 uur) een donkere vogel die met gespreide vleugels in de meidoorn tegenover de schuur landt. He, een jonge Gierzwaluw! Direct komt het mannetje tuinmerel luid alarmerend op de vogel af. Dit was dus ongewoon voor de Merel. De jonge Gierzwaluw schrikt en vliegt terug richting schuur.
In de veronderstelling dat hij daar tegenaan is gevlogen zoek ik het hele gebied intensief af. Niets meer te vinden. Dan de kast controleren. Die is leeg; het is dus echt ‘mijn’ vogel geweest. Na drie kwartier zoeken geef ik het op en ga ik er van uit dat de jonge vogel rakelings langs de schuur over het lagere plantenkasje is weggevlogen.
Waarom lukte het eerst niet en in tweede instantie wel? Waarschijnlijk heeft hij de harde wind (ZW6) verkeerd ingeschat. Bij het uitvliegen had-ie meewind, en kon dus geen hoogte maken. Dit lukte beter toen hij vervolgens terug met tegen wind vloog. Voor het eerst in 16 jaar toevallig getuige van het uitvliegen, en weer een leuk verhaaltje in mijn dagboek.
Het uitvliegen midden op de dag, met regen en een harde wind lijkt niet logisch. Een wanhoopsdaad? Ouders gevlogen? Nee, dat niet. Want om 14.00 uur zat één van de ouders zich rustig te poetsen op het lege nest.

Hein weet nog te melden dat meeste jongen in de tweede helft van juli uitvliegen en dan meteen vertrekken (moederziel alleen). Sommige broedsels zijn echter laat. Hein heeft zelf wel eens jongen in zijn schuur gehad die half augustus uitvlogen, en weet zelfs van nesten waarvan de jongen pas rond 6 september uitvlogen.
Sovon meldt op de website dat trektellers in de tweede helft van juli veel wegtrek vaststellen. Na 1 augustus lopen de aantallen gewoonlijk snel terug, al vindt er in sommige jaren nog substantiële doortrek in deze maand plaats. Het duurt overigens tot diep in oktober voordat de allerlaatste Gierzwaluwen gepasseerd zijn. (In Katwijk zijn zelfs wel eens Gierzwaluwen in november gezien).
Gierzwaluwentrek in het voorjaar kan onder gunstige omstandigheden lokaal een spetterend fenomeen zijn. Wie op een goede trekdag in mei, met een mooie zuidoostenwind op telpost Breskens gestaan heeft, weet wat we bedoelen.
De wegtrek vanaf begin juli vindt over een breed front plaats en de vogels laten zich minder stuwen door kustlijnen dan in het voorjaar. Toch kunnen ook dan goede aantallen passeren. Met name bij relatief slechte weersomstandigheden: veel bewolking, westenwinden (tegenwind) en soms zelfs regen.
Bijzonder waren de aantallen in zomer 2008, met op zulke dagen aantallen tot bijna 20.000 ex (Ketelbrug, 19 juli) en een dikke 11.000 (Kwintelooijen bij Veenendaal, de Vulkaan bij Den Haag; beide op 25 juli). Dit zijn echter uitzonderingen, gewoonlijk is een aantal van enkele honderden trekkers al heel mooi. Dat lukt maar zelden op echte mooi-weer dagen. Bij zonnige omstandigheden vliegen de groepen vaak superhoog en zijn dan niet of nauwelijks te zien.

Tot in november kunnen late Gierzwaluwen worden gezien, maar heel mondjesmaat.
Tot in november kunnen late Gierzwaluwen worden gezien, maar heel mondjesmaat.

Let op!
Gierzwaluwen zijn altijd interessant. In het voorjaar wordt uitgekeken naar de eerste vogels die teruggekeerd zijn, in het najaar kijken we uit naar laatkomers. Het checken van elke Gierzwaluw kan de moeite lonen. In Nederland zijn ook de familieleden Alpengierzwaluw (60 maal), Vale Gierzwaluw (een tiental keer) en zelfs Huisgierzwaluw (twee keer) en Stekelstaartgierzwaluw (1 keer) vastgesteld. In ons omringende landen sieren ook de Siberische Gierzwaluw (Verenigd Koninkrijk) en de Kaffergierzwaluw (Denemarken) de lijsten. Opletten dus!

Tekst: Gijsbert van der Bent en René van Rossum
Foto’s: René van Rossum

Dit moest wel een heel bijzondere tapuit zijn!


Tijdens mijn insectenroute in de Coepelduynen op donderdag 11 juni 2015 had ik aanvankelijk weinig bijzonders. Op een paar Duinsabelsprinkhanen en Hooibeestjes na was het nog niet veel. Totdat er net onder Noordwijk, in het gebied bij ‘Rinus z’n trap’ uit het niets een tapuit langs me vloog die wel erg zwart/wit was. De vogel streek neer op een klein Meidoorntje. Snel richtte ik mijn kijker en schrok me wezenloos; dit moest een hele bijzondere tapuit zijn!

Blonde Tapuit in struik
In tegenstelling tot de gewone Tapuit zat deze vaak in bomen en struiken.

Voordat ik de vogel wilde door-appen naar de locale Whatsapp-groep wilde ik eerst nog even een bewijsplaatje schieten. Met mijn camera door de verrekijker viel het niet mee om het zeer schuwe beestje op de foto te krijgen, maar het lukte. Ondertussen moest ik even goed nadenken wat het nou voor soort was. Blonde en Bonte schoten uiteraard door m’n hoofd. Gelukkig werd via de Whatsapp bevestigd dat het om een Blonde Tapuit moest gaan. Een adult mannetje!

Blonde Tapuit op tak
Bijna geheel zwart-wit, zonder okerkleurige tinten, wijst meer op Oostelijke dan op Westelijke Blonde.

Nadere studie wees uit dat het gaat om de Oostelijke Blonde Tapuit, vanwege de spierwitte bovendelen en het uitgebreide zwarte gezichtsmasker dat reikt tot boven de snavel. Een van de eersten ter plekke was René van Rossum, die de vogel gelukkig geniaal heeft vastgelegd. Het werd een geweldige dag. Mogelijk meer dan 200 vogelaars hebben deze vijfde Oostelijke Blonde Tapuit voor Nederland ooit kunnen bekijken!

Blonde Tapuit
De vogel was erg schuw, maar liet zich regelmatig goed zien, zij het van afstand.

Tekst: Maarten Langbroek

Foto’s: René van Rossum

Carpodacus erythrinus is back !


Het is sinds anderhalve week weer onrustig in de Zanderij. Vanaf vrijdag 22 mei 2015 laat een Roodmus Carpodacus erythrinus zich weer mooi horen en zien aan de rand van deze woonwijk. Eigenlijk is het niet ‘een’ Roodmus, maar ‘de’ Roodmus. En eigenlijk is het ook een beetje ‘onze’ Roodmus.

Roodmus, mei 2015, Westerbaan, Katwijk (René van Rossum)
Roodmus, mei 2015, Westerbaan, Katwijk (René van Rossum)

Ga maar na. Op 28 mei 2013 werd door René van Rossum een Roodmus waargenomen boven Katwijk aan den Rijn, overvliegend en al zingend (de Roodmus, niet René). Op 16 juni werd door Gijsbert van der Bent een zingend mannetje op de Zanderij ontdekt, dat tot en met 9 juli in deze contreien is blijven hangen. Het was een nog niet uitgekleurde vogel. Zo’n beestje met de kleur van klei. In 2014 werd onze Roodmus op 20 mei voor het eerst waargenomen, door Arjan van Egmond. Extra bonus: het was nu een mooi uitgekleurd mannetje, wat in Nederland helemaal niet vanzelfsprekend is. De vogel bestreek een flink gebied en is tot en met 4 juli waargenomen.

Dit jaar liet de Roodmus vanaf 22 mei van zich horen op de Zanderij. Gijsbert Twigt was dit keer het eerste wakker. Hoewel de vogel al voor het derde jaar en steeds voor langere tijd aanwezig is, blijft de belangstelling voor de Roodmus ook dit jaar weer enorm. Elke dag maar weer! Daarbij helpt dat de vogel nog plaatgetrouwer is dan de voorgaande jaren. Bij de scouting laat de vogel zich niet zijn. De wal tussen de rotonde voor de Zeewinde tot en met de Dura Vermeer bouwloods is echt wel de favoriete plek dit jaar.

Roodmus, mei 2015, Westerbaan, Katwijk aan Zee (René van Rossum)
Roodmus, mei 2015, Westerbaan, Katwijk aan Zee (René van Rossum)

Ondanks de enorme zangactiviteit heeft het mannetje Roodmus nog geen vrouwtje kunnen scoren. Dat is opvallend, want zo heel zeldzaam zijn Roodmussen ook weer niet in Nederland. Waarschijnlijk zijn vrouwtjes veruit in de minderheid in deze uithoek van het enorme areaal, dat zich uitstrekt van Midden-Europa tot bijna het uiterste noordoosten van Rusland. Jammer voor ons mannetje Roodmus, dat zich nu moet zien te vermaken met de chagrijnige Groenlingen ter plaatse.

Roodmus, mei 2015, Westerbaan, Katwijk aan Zee (René van Rossum)
Roodmus, mei 2015, Westerbaan, Katwijk aan Zee (René van Rossum)

Daarna zal hij weer onverrichterzake de verre terugreis moeten aanvaarden richting de overwinteringsgebieden, waarvan de dichtstbijzijnde in India liggen. Je kunt het zien als vogel vliegt: de lange staart en vleugels en de soepele vlucht van een langeafstandstrekker.

Tekst: Gijsbert van der Bent

Blauwstaart in het voorjaar


Vrijdagmorgen 10 april 2015 was ik (Maarten Langbroek) om half zes opgestaan om vroege voorjaarsoorten te inventariseren. Vandaag waren de Coepelduynen tussen Katwijk en Noordwijk aan de beurt. De gehele morgen hing er een dichte mist boven het duin, wat het zicht wel wat bemoeilijkte. Toch ben ik maar doorgegaan met de inventarisatie, want er zong genoeg. Opvallend waren de vele Roodborsttapuiten en Kneuen, en verder al een zingende Sprinkhaanzanger.

Blauwstaart

Om ongeveer kwart voor negen besloot ik om terug te wandelen richting Katwijk, en wel over het fietspad, zodat ik ook wat soorten uit de zeereep kon karteren. Nadat ik, vanuit Noordwijk gezien, de eerste grote S-bocht was gepasseerd werd mijn aandacht getrokken door een klein, bruin vogeltje in een ligusterstruik, laag bij de grond. Toen ik mijn kijker erop wilde richten, werd het beestje door een wandelaar met hond opgejaagd en vloog voor mij langs de zeereep in. De vogel foerageerde vliegenvangerachtig langs het hek, en ook viel me op dat het staartje vaak op en neer ging. Opnieuw richtte ik mijn kijker. Ik kon het haast niet geloven: dit was een Blauwstaart! Mooie oranje flankjes, licht keeltje en een vaalblauw staartje! Nadat ik alles duidelijk aan het beestje had gezien, begon ik, voor zover dat mogelijk was, in alle rust mijn camera uit mijn tas te halen. Nadat ik voor mezelf een paar bewijsplaatjes had geschoten, besloot ik de Blauwstaart door te geven via de lokale Whatsapp-groep. Daar werd meteen heftig en enthousiast gereageerd. Ook moest ik direct een aantal telefoontjes aannemen van mensen die graag wilden weten waar de vogel precies zat. Door alle commotie ben ik de vogel toen een kwartiertje kwijtgeraakt, maar gelukkig dook het beestje al snel weer op.

Blauwstaart

Precies toen ik het beestje weer vond kwam Casper Zuyderduyn aan gestormd. Hij was de eerste na mij die van deze geweldige vogel kon genieten. Niet lang daarna kwamen er snel meerdere vogelaars die de Blauwstaart wilden bekijken en op de foto wilden zetten. Regelmatig kwam de vogel erg dichtbij en werden er salvo’s plaatjes geschoten. In totaal hebben 125 mensen de Blauwstaart ingevuld op waarneming.nl. Het werkelijke aantal waarnemers kan wel het dubbele zijn geweest. De vogel is tot ´s avonds laat gezien, zaterdag 11 april was er echter geen spoor meer van te Blauwstaart te bekennen.

Het broedgebied van de Blauwstaart strekt zich uit vanaf Finland oostwaarts tot aan Noord-Azië en Japan. De Blauwstaart is een echte trekvogel, die overwintert in Zuidoost-Azië. Het is vooral een soort van Taigabossen, maar verder in het Oosten, waar de vegetatie schraler wordt, komt de Blauwstaart voor in struiken en struweel zoals Dwergberk. Het is grappig om te zien dat het habitat van de Coepelduynen (lage Liguster- en Duindoornstruiken) enigszins lijkt op laatstgenoemde biotoop.

Blauwstaart

De Blauwstaart van Noordwijk betreft het 21e geval voor Nederland ooit, en de eerste voor Noordwijk en verre omstreken. Wat deze waarneming heel bijzonder maakt is de periode van het jaar. Verreweg de meeste Blauwstaarten duiken op in het najaar. In januari en februari van 2003 echter verbleef een ex in de duinen bij Zandvoort. Dat kunnen we een voorjaarsgeval noemen. De Blauwstaart van de Coepelduynen is dan de tweede voorjaarswaarneming ooit in Nederland. Er zijn aanwijzingen dat de stand in de voor ons dichtstbijgelegen broedgebieden toeneemt. Dat heeft zich al vertaald in een (sterke) toename van het aantal waarnemingen in Noordwest-Europa. Het laatste decennium is de soort zijn mythische status voor bijvoorbeeld Britse en Nederlandse vogelaars een beetje kwijtgeraakt. Maar een waarneming van een Blauwstaart, zeker van een vogel die zich zo mooi laat bekijken als die van de Coepelduynen, blijft een enorme buitenkans!

Tekst: Maarten Langbroek
Foto’s: René van Rossum

Nieuw voor Katwijk: Amerikaanse Smient


Een nieuwe soort voor Katwijk. Dat is de Amerikaanse Smient die afgelopen zaterdag werd ontdekt op het Valkenburgse Meer. Ontdekker Gijsbert Twigt doet zijn relaas.

(fotograaf: René van Rossum)
(fotograaf: René van Rossum)

Op zaterdag 28 februari besloten mijn broer Arie en ik om een dagje te gaan vogelen op verschillende plaatsen in de regio Katwijk. Na ‘s ochtends eerst over zee gekeken te hebben, reden we naar Lentevreugd, waar de Bonte Kraai eindelijk een keer meewerkte. We besloten om de dag af te sluiten bij het Valkenburgse Meer.

Hier aangekomen, zagen we dat de meeste eenden in de zuidwesthoek van het meer zaten. Al gauw vonden we een vrouwtje Zomertaling. De eerste van het jaar 2015 en sowieso een erg leuke soort voor de regio. Na deze vogel een tijdje te hebben bekeken, besloten we de Smienten te gaan tellen. De teller stond nog niet op 50 of er zwom een prachtig mannetje Amerikaanse Smient beeldvullend in de telescoop!

(Fotograaf: Johnny van der Zwaag)
(Fotograaf: Johnny van der Zwaag)

De hele winter heb ik hier de Smienten afgezocht om ooit misschien deze soort er uit te kunnen halen, en als het daadwerkelijk gebeurt geloof je eerst je ogen niet. Je raakt er ook van gestrest, want ik blafte bijna tegen Arie dat hij de vogel wel moest blijven volgen terwijl ik de waarneming bekend maakte op de Katwijkse app-groep. De Smienten vlogen regelmatig op vanwege een overvliegende Slechtvalk en Havik, waardoor het lastig was om de vogel telkens in beeld te houden. Tot overmaat van ramp kwam er ook nog eens een windsurfer langs de groep zeilen, waardoor de Amerikaanse Smient enige tijd uit beeld bleef. Gelukkig arriveerde Peter van Duin al na tien minuten, waardoor de eerste bewijsplaatjes gemaakt konden worden. Hierna volgde al gauw meerdere waarnemers. De vogel werkte fantastisch mee door zich van dichtbij en mooi in het zonnetje te laten zien.

(Fotograaf: René van Rossum)

(Fotograaf: René van Rossum)

De Amerikaanse Smient is een zeldzame dwaalgast uit Noord-Amerika, waar het waarschijnlijk de talrijkste eend is, met een populatie van rond de 3 miljoen vogels. Trekt ‘s winters wat naar het zuiden, tot in het noorden van Zuid-Amerika en het Caraibisch gebied, en meer naar de kust. Tegenwoordig worden er elk jaar ongeveer twee tot drie exemplaren in Nederland waargenomen. De Amerikaanse Smient van Katwijk betreft het 73e geval voor Nederland, het 14e geval voor Zuid-Holland en de allereerste voor de gemeente Katwijk.

De herkenning van deze Amerikaanse Smient was eenvoudig vanwege het opvallende kleed. Adulte mannetjes zijn te herkennen aan de donkere wijnroze borst, mantel, flanken en schouderveren. De wangen, hals en keel grijs en fijn gevlekt. De kruin is opvallend lichter. Het donkere masker achter het oog tot in de nek heeft een groene glans. De witte achterflank is opvallender dan die van de Smient door sterker contrast met de wijnroze flank. Verder een duidelijke zwarte mondhoek en zwarte grenslijn tussen snavel en kop. In vlucht was de witte ondervleugel en oksel een goed kenmerk, en de bredere en diffusere begrenzing aan de voorzijde van de vleugels. De vogel oogt wat stoerder dan de gewone Smient, met een iets langere staart.

(Fotograaf: Johnny van der Zwaag)

(Fotograaf: Johnny van der Zwaag)

Bij de determinatie van Amerikaanse Smient moet heel goed rekening worden gehouden met mogelijke hybriden tussen bepaalde smientsoorten. Deze hybriden vertonen vaak een grijzere borst en flank, en de koptekening wijkt af. Op 16 maart 1996 dachten we ook de Amerikaanse Smient toe te kunnen voegen aan de Katwijkse lijst. Deze vogel in de Ommedijksche polder tegenover het Valkenburgse Meer leek erg vele op een Amerikaanse Smient, maar werd uiteindelijk toch ontmaskerd als zo’n hybride.
De Amerikaanse Smient van nu 19 jaar lijkt echt wel ‘the real thing’. De vogel trok op de dag van de ontdekking en de zondag erna al honderd belangstellenden uit de regio en verder weg. Maandag 2 maart werd de vogel niet meer teruggevonden.

Ornithologisch Jaarverslag 2014


Zojuist verschenen: het Jaaroverzicht 2014 van de Vogelclub Katwijk!

Om deze glossy ‘Jaaroverzicht 2014′ in bezit te krijgen hoeft u alleen maar een bedrag van 10 euro (meer mag altijd!) over te maken op Bankrekening NL93 RABO 0391 8444 31, ten name van ‘Vogelclub Katwijk’. Dit geldt ook voor de abonnees die ooit een machtiging voor automatische incasso hebben afgegeven! Wij maken namelijk geen gebruik meer van deze faciliteit.

Het is voor een correcte toezending van het ‘Jaaroverzicht 2014′ van essentieel belang dat u op de overschrijving uw naam, adres en woonplaats noteert, aangezien bankafschriften die niet (meer) standaard vermelden.

Vorig jaar hadden wij al aangekondigd dat we met het alom vermaarde vogelblad De Duinstag een andere koers zouden gaan varen. In plaats van drie nummers per jaar gaan wij ons voortaan beperken tot een enkel nummer. Maar dat zijn dan wel extra fraai, dubbeldikke jaaroverzichten! Zoals die ook al gepubliceerd zijn over 2012 en 2013 (niet meer verkrijgbaar).

Op onze website www.birdclubkatwijk.nl kunt u met behulp van waarnemingenrubriek en de regelmatig verschijnende (korte) redactionele berichten bijhouden wat er zich op vogelgebied in en om Katwijk afspeelt. Met de website kunnen wij als Vogelclub Katwijk ook beter inspelen op de actualiteit.

Storm met Frapo


De dagen voor Kerst 2014 werden we getrakteerd op een goede westerstorm. Na een drukke herfst was het vogelen in Katwijk een beetje ingezakt. Zoveel is er in deze tijd van het jaar ook weer niet te zien, en de donkere wintermaanden zijn altijd goed om wat meer tijd aan andere dingen dan vogels te besteden. In de winterperiode vind ik het zelf altijd wel lekker om zo nu en dan een strandwandeling te maken. Even uitwaaien. En na zo’n storm is altijd afwachten of er nog iets leuks is ‘aangespoeld’.

Rosse franjepoot
Rosse franjepoot

Zondag 28 december ligt het strand voor Katwijk bezaaid met zeesterren en schelpen. Een feest voor de in grote getale aanwezige meeuwen. Voor zover het gaat scan ik de groepen af, op zoek naar een door de storm hierheen gedreven Grote of Kleine Burgemeester. Tevergeefs. Rustig sjok ik langs de vloedlijn verder. Totdat ik uit mijn ooghoeken iets in het water zie bewegen. Op enkele meters uit de kant zwemt een Rosse Franjepoot! Dat is nou precies zo’n krent waar je op hoopt tijdens een wandeling na/in een storm. De vogel laat zich fraai bekijken en is tot enkele meters te benaderen. Druk pikt de vogel in het water, op zoek naar voedsel.

 

Rosse franjepoot
Rosse franjepoot

Het kenmerkende gedrag van een steltlopertje zwemmend in het water en druk om zich heen pikkend wijst direct al op een franjepoot. Als de vogel op het strand staat lijkt hij op het eerste gezicht wel op een Drieteenstrandloper. De koptekening en met name het zwarte masker achter het oog zijn echter kenmerkend voor een Rosse Franjepoot. Zelf vind ik ook de in verhouding kleine kop opvallend. Ook in vlucht is er een sterke gelijkenis met de Drieteenstrandloper. De duidelijk aanwezig witte vleugelstreep beperkt zich bij Rosse Franjepoot nagenoeg tot de armvleugel. Bij de Drieteenstrandloper bestrijkt deze vleugelstreep zowel de arm- als handvleugel.

De Rosse Franjepoot is een broedvogel van het hoge noorden, die vooral in het late najaar en winter tijdens en na een storm langs de Hollandse kust opduikt. De dichtstbijzijnde broedgebieden liggen op IJsland en Spitsbergen en verder weg in oostelijk Siberië. De soort overwintert in soms grote groepen op de oceaan ter hoogte van West- en Zuidwest-Afrika, op locaties met veel plankton dat door opwaartse golfstromen omhoog wordt gebracht. Waarnemingen in West-Europa beperken zich bijna altijd tot perioden met of na een zware storm. Het vermoeden bestaat dat de franjepoten die wij hier zien uit Noord-Amerika komen. Deze populatie heeft namelijk een zuidoostelijke trekroute naar het overwinteringsgebied ter hoogte van West-Afrika.

Rosse franjepoot

In tegenstelling tot de Grauwe Franjepoot wordt de Rosse Franjepoot nagenoeg uitsluitend langs de kust gezien. De Grauwe laat zich in Nederland voornamelijk (als zeer schaarse doortrekker) zien op zoet water en in andere maanden. De Ezumakeeg in het Lauwersmeergebied is in het voorjaar en nazomer een vaste stek voor deze soort. Opvallend genoeg overwintert de Grauwe wel net als Rosse op volle zee, ook in zout water dus. Echter niet in de Atlantische Oceaan, maar in de Arabische Zee (de Euraziatische populatie).

Ook in Katwijk valt een waarneming van een Rosse Franjepoot bijna altijd samen met een (zware) westerstorm. Het aantal waarnemingen per jaar binnen ons waarnemingsgebied is altijd op een hand te tellen. Het overgrote deel van de waarnemingen wordt gedaan in de maanden oktober tot en met december. Het gaat meestal om solitaire vogels, maar soms ook om twee of drie bij elkaar, zoals het trio in de Buitenwatering tijdens Kerst 2011.

Tekst: Arjan van Egmond. arjan@birdclubkatwijk.nl, rene@birdclubkatwijk.nl

foto’s: René van Rossum

Mooie herfsttrek met zomers weertje


De vogelmaand bij uitstek. Met (toren)hoge verwachting wordt er naar uitgekeken. De Roodkeelnachtegaal was al besteld. Een langs vliegende Roodkeellijster ook. En nu is het al weer bijna voorbij. We hebben het natuurlijk over oktober! De ultieme vogeltrekmaand.

Onze onvolprezen trektelpost De Puinhoop werd vanaf 3 september zeer regelmatig bezet. Jazeker, die akelige Vulkaan onder Den Haag troeft ons vaak af met nog hogere aantallen, en Breskens, Eemshaven en Ketelmeer trekken veel meer landelijke aandacht met eveneens ongekende aantallen, en soms heel veel roofvogels, steltlopers of ganzen. Toch blijft onze Puinhoop een geweldige trektelpost, zo midden in de Randstad. De geschiedenis is nooit precies opgetekend, maar weinig telposten in Nederland kunnen bogen op een geschiedenis die teruggaat tot minstens begin jaren zeventig. Het rare kunstmatige duin waar we nu op staan was toen nog echt een puinstortplaats, met alle minnen (regelmatig vrachtverkeer en lawaai) en plussen (je kon een vuurtje stoken in ouwe vaten, rots-biotoop voor Zwarte Roodstaart etc.) van dien.

Grote zilverreigers
Grote zilverreigers

Over september 2014 is trektelposttechnisch weinig spectaculairs te melden. De trek pruttelde wat, met de onvermijdelijke Gele Kwikstaarten (weinig!) en Graspiepers (start op 23 september met 300 ex en op 27 september 2.858 ex) en dit jaar opvallend veel Kneuen (op 29 september zelfs 783 getelde ex in vier uur). Krenten waren er ook. Twee keer een Duinpieper (14 en 27 september), een enkele Visarend, een Velduil een aantal keren tp, een Bladkoning en een Klapekster (beide op 29 september) en als grootste bijzonderheid voor Katwijk een groep van 28 Grote Zilverreigers in de vroege ochtend van 28 september.

En dan oktober! De maand begon weifelend. IJsgors tp op 1 oktober is niet verkeerd. Op 3 oktober pikten bionische oren een Siberische Boompieper op, maar of de roep alleen voldoende is om de soort aanvaard te krijgen… Op zaterdag 4 oktober, toevallig Euro Birdwatch 2014 en ook nog eens heel mooi weer, gingen alle remmen los. Het was zo’n mooie trekdag waar we allemaal op hopen en waar we er niet genoeg van kunnen hebben, maar die al met al behoorlijk dun gezaaid zijn. De Kneu, waarover landelijk zorgen worden geuit, ging weer lekker door (744 ex), maar het opvallendst was toch de ongekende influx van de Zanglijster. De teller bleef die dag steken op ruim 5.100. Geen enorm aantal als het om Vinken, Spreeuwen of Koperwieken gaat, maar voor de Zanglijster betekende het de tweede beste dag ooit voor de Puinhoop. Het was ook de eerste dag met heel veel Vinken (18.640), met 9 overtrekkende Tapuiten (redelijk uniek) en verder onder meer Strandleeuwerik, Velduil, Grote Pieper en Duinpieper en zelfs een Bosgors (die laatste alleen op tape…). Zie voor het resultaat van het noeste telwerk: www.trektellen.nl.

IJsgors
IJsgors
Tapuit
Tapuit

Op vrijdag 10 oktober werd weer eens een Siberische Boompieper gemeld, en die dag ook een Grote Pieper. De zondag erna gingen er 19.100 Vinken in drie uur voorbij. De eerste Koperwiek werd al gemeld op 17 september, maar daarna was het tobben en werd de soort ondergesneeuwd door de alom aanwezige Zanglijster. Vanaf vrijdag 17 en zaterdag 18 oktober veranderde dat. Het was de eerste dag met flink meer Koperwieken dan Zanglijsters, al blijven die Zanglijsters ook gewoon doorgaan. Een Grote Pieper was nog een krent op deze dag, met 29.190 Vinken in 4,5 uur.

Zanglijster
Zanglijster

De eerste uren van zondag 19 oktober waren weer zomers van temperatuur. Weer Koperwiek en Zanglijster, en prachtig mooie groepen Vinken (25.000 ex in drie uur). En laten we de honderden Veldleeuweriken, de 15 Grote Lijsters, de 17 Grote Gele Kwikstaarten, de honderden Sijsjes en het Smelleken ook niet vergeten. Een opkomend buienfront (bleek later erg mee te vallen) maakte voorlopig een eind aan deze periode van mooie trek over de Puinhoop. De aandacht werd de dagen erna verlegd naar zeevogels.

Grote lijster
Grote lijster
Sijzen
Sijzen

Uiteraard is de trek van het najaar 2014 nog niet over. Er zijn nog nauwelijks Sperwers doorgekomen, en zoals gebruikelijk nog vrijwel geen enkele Kramsvogel. De bulk Spreeuwen moet ook nog komen. Een invasie van Zwarte Mees en andere mezen, Vlaamse Gaai of Kruisbek zit er echter niet meer in. Die hadden we allang op moeten merken.

Boomvalk (onvolwassen)
Boomvalk (onvolwassen)

Het was wel zaak om toen het weer opknapte ook weer op de Puinhoop te staan. De Vinken hadden niet op ons gewacht. Deze bikkeltjes bleven ook met slecht weer en regen gewoon met z’n duizenden doorvliegen. Maar toen zondag 26 oktober het weer echt opgeknapt was, was er opnieuw sprake van mooie trek. Weliswaar zonder zomers zonnetje, maar wel met veel Spreeuwen (zo’n 20.000 per uur), Vinken en Veldleeuweriken (400 per uur), twee Strandleeuweriken, twee Europese Kanaries, Grote Pieper en Slechtvalk. Maandag en dinsdag zou het weer goed weer worden. Wordt dus vervolgd.

Laatste nieuws: maandagochtend 27 oktober was er inderdaad weer goed weer en ook weer aardige trek. Vooral Vink, Spreeuw en Veldleeuwerik, maar tussen 10 en half 11 (de ultieme tijd voor leuke dingen over de post!) kwam een fraaie Klapekster bijna recht over de hoofden van de op de post aanwezige pensionado’s, spijbelende studenten en stiekeme werkonderbrekers.

Klapekster
Klapekster
Kruisbek
Kruisbek

foto’s: René van Rossum

Tekst: Gijsbert van der Bent (met medewerking van René van Rossum). gijs@birdclubkatwijk.nl, rene@birdclubkatwijk.nl

Draaihals


De laatste dag van augustus en de eerste dagen van september 2014 liet een Draaihals zich uitgebreid bewonderen op de Puinhoop. Na een telefoontje van Casper op zondagochtend 31 augustus met de mededeling dat hij een Draaihals had aan de zuidkant van Noordwijk, besloot ik het veld in te gaan om er zelf eentje vinden. Na een drukke zaterdag met een rommelmarkt en een middagje OranjeRock had ik die ochtend aanvankelijk wat opstartproblemen, maar de frisse lucht deed me goed. Al struinend over de Puinhoop viel mijn oog al snel op een vogel die onder in een vlierstruik zat. Draaihals! Langzaam kroop de vogel in de kale struik omhoog en liet zich op betrekkelijk korte afstand goed zien. Daarna vloog de vogel naar de andere kant van de Puinhoop.

Draaihals
Foto: Johnny van der Zwaag

Uiteraard meldde ik de waarneming gelijk via de lokale Whatsapp-groep, en via Dutch Bird-Alerts voor diegene met een lokaal profiel (altijd handig!). Het duurde even voordat er iemand kwam. Nota bene Luuk Punt uit Leiderdorp was als eerste aanwezig was. Samen deden we een poging om de vogel terug te vinden. Binnen enkele minuten vloog de Draaihals vlak voor ons uit een struik op de helling grenzend aan de manege. Met Luuk en de inmiddels ook gearriveerde Johnny van der Zwaag kozen we positie, in de hoop de vogel te zien te krijgen. Al snel kwam deze uit de struik en verplaatste zich naar een vlier onder aan de helling. Daarna volgde een ware show en liet de vogel zich regelmatig zeer goed zien. Zoals gebruikelijk foerageerde de Draaihals regelmatig op de grond. Een zeer mooie waarneming van een doorgaans schuwe, stiekeme soort, die we zelden zo goed krijgen te zien.

Draaihals
Foto: René van Rossum

Deze waarneming werd dinsdag 2 september aan het begin van de avond overtroffen. Arnold Meijer meldde toen dat de vogel nog steeds aanwezig was en zich van zeer dichtbij liet bekijken. Diverse lokale vogelaars en fotografen waren al ter plaatse toen ik aankwam. Daar zat de Draaihals. Tot op slechts enkele meters te benaderen, nagenoeg vrij foeragerend op de grond of anders pontificaal boven in een struik of op het prikkeldraad. Bij het druk foeragerend, waarschijnlijk op mieren, was soms zelfs de bijzonder lange tong goed te zien. Wat een geweldig gave soort! Het prachtig getekende verenkleed en het vaak stiekeme gedrag maken de Draaihals tot een van mijn favoriete vogelsoorten. Daarbij is het een soort die vaak ‘vroeg’ in het najaar opduikt en daarmee een duidelijk signaal afgeeft dat de trektijd echt is begonnen.

Draaihals
Foto: René van Rossum

De Draaihals is een zeer schaarse doortrekker in ons waarnemingsgebied. Deze waarneming betrof de derde waarneming voor het jaar 2014. Doorgaans worden er jaarlijks niet meer dan één tot drie vogels bij ons waargenomen. En vaak betreft het dan ook nog een vluchtige waarneming door slechts enkele personen. Uitzonderlijk goed was 2013, toen er zeker vijf vogels werden gezien. De Nederlands broedpopulatie van de Draaihals bestaat uit slechts hooguit enkele tientallen paren, beperkt tot de Veluwe en Drenthe. De vogels die wij hier in het voorjaar en najaar zien zijn met name afkomstig uit Scandinavië en Oost-Europa en onderweg naar de overwinteringsgebieden in Afrika.

Draaihals
Foto: René van Rossum

Tekst: Arjan van Egmond, arjan@birdclubkatwijk.nl

Veel Zwarte Ooievaars over Katwijk!


Ergens is een blik Zwarte Ooievaars opengetrokken, want vanaf eind juli is het goed raak boven Katwijk. Waar decennialang een enkele Zwarte Ooievaar of een duo overtrekkend op een hete augustusdag met uitroeptekens werd geboekstaafd, is deze zomer het hek echt van de dam. De afgelopen week zijn zelfs (flinke) groepen gezien.

Zwarte Ooievaars (groep van 8 exx), 2 augustus 2014, Zanderij, Katwijk
Zwarte Ooievaars (groep van 8 exx), 2 augustus 2014, Zanderij, Katwijk
Zwarte Ooievaars (groep van 8 exx), 2 augustus 2014, Zanderij, Katwijk
Zwarte Ooievaars (groep van 8 exx), 2 augustus 2014, Zanderij, Katwijk
Zwarte Ooievaars (groep van 8 exx), 2 augustus 2014, Zanderij, Katwijk
Zwarte Ooievaars (groep van 8 exx), 2 augustus 2014, Zanderij, Katwijk

Zwarte Ooievaars houden in de broedtijd van grote, natte moerasbossen, ook wel ooibossen genoemd. Die hebben we in Nederland helaas niet meer, maar elders in Europa nog wel. Europees gezien doet de Zwarte Ooievaar het ook best goed. De soort broedt vooral in Oost-Europa, maar ook in delen van Zweden, Duitsland, Frankrijk en het Iberisch Schiereiland. De dichtstbijzijnde broedgebieden ten opzichte van Nederland bevinden zich in Duitsland (inmiddels 500 paren) en in Wallonië, België. De populaties kennen in deze landen een stijgende lijn, wat mede een reden moet zijn dat de Zwarte Ooievaar steeds vaker wordt gemeld in Nederland, en ook in Katwijk.

Zwarte Ooievaar, 16 augustus 2013, Zanderij, Katwijk
Zwarte Ooievaar, 16 augustus 2013, Zanderij, Katwijk

Zwarte Ooievaars zijn echte trekvogels, die overwinteren in Afrika, met name het oostelijk deel. Tijdens hun trektochten duiken ze in voorjaar en zomer ook boven Nederland op, zowel juveniele als adulte vogels. Er zijn twee duidelijk trekbanen over Nederland te onderscheiden: langs de westkust en over de hoge zandgronden in Midden- en Oost-Nederland. Regelmatig worden pleisterende vogels waargenomen, bijvoorbeeld in vennen of natte duinvalleien. Het aflezen van geringde vogels geeft belangrijke informatie. Uit die aflezingen blijkt dat de meeste Zwarte Ooievaars die in Nederland gezien worden uit Midden-Europa afkomstig zijn. Hierbij moet gedacht worden aan Duitsland en Tsjechië.

Zwarte Ooievaars, 24/25 juli 2012, Lentevreugd, Wassenaar
Zwarte Ooievaars, 24/25 juli 2012, Lentevreugd, Wassenaar
Zwarte Ooievaars, 24/25 juli 2012, Lentevreugd, Wassenaar
Zwarte Ooievaars, 24/25 juli 2012, Lentevreugd, Wassenaar

Op 31 juli 2014 werden 7 ex boven ons waarnemingsgebied (Katwijk aan den Rijn) opgemerkt. De vogels vlogen naar noord. ‘Eind juli’ ging er ook al een ex naar noord over dorp (de waarnemer noteert niets).

Daarna volgden al snel meerdere waarnemingen:

2 augustus – 8 exemplaren over Katwijk aan Zee naar zuid
5 augustus – 2 exemplaren over Katwijk aan de Rijn naar noord
7 augustus – 12 exemplaren over Berkheide naar zuid
8 augustus – 6 over de Varkevisserstraat naar zuid

De toename van de populaties in onze buurlanden doet vermoeden dat de soort begonnen is aan een opmars richting het westen. De afgelopen jaren zijn er in Nederland ook steeds meer voorjaarswaarnemingen gedaan, en er zijn in Limburg en Noord-Brabant meerdere meldingen van foeragerende vogels in het broedseizoen. Echter, er zijn in ons land nog geen territoriale activiteiten waargenomen. Het kunnen gemakkelijk overzomerende vogels zijn. Toch geven deze ontwikkelingen hoop voor de toekomst! Is er plek in Nederland voor de Zwarte Ooievaar? Dat zou zo maar kunnen. In de jaren tachtig is begonnen met natuurontwikkeling in het rivierengebied, bijvoorbeeld de Millingerwaard. Met een serieuze knipoog naar de Zwarte Ooievaar heet dit concept ‘Plan Ooievaar’. Het lijkt een kwestie van tijd. De veel zeldzamere Zeearend is het ook gelukt.

Maarten Langbroek (redactie Gijsbert van der Bent)

Foto’s: René van Rossum

Houd de Huismus in de gaten


Zijn er nog Huismussen in Katwijk? Natuurlijk wel. Hoeveel dan ongeveer precies? Geen idee! Wat wel zeker is, is dat het er lang niet meer zo veel zijn als voorheen. Van ‘vroeger’ herinner ik me dat je zelfs op de fiets nog moest oppassen voor overstekende groepen Huismussen; vaak een aantal opgewonden mannetjes die achter vrouwtjes aanzaten en nergens anders oog voor hadden. Ook niet voor de spaken van de fiets.

Huismus, mannetje, 15-04-2013, Nabij Hotel Duinoord, Wassenaarse Slag
Huismus, mannetje, 15-04-2013, Nabij Hotel Duinoord, Wassenaarse Slag

Wat was dat vogeltje in de jaren zestig en zeventig algemeen in Katwijk! Ze konden overal onder de pannen, er waren nog warme bakkers met kruimels op straat en zelfs nog ‘boerderijtjes’ midden in dorp, met veel stro, en er waren genoeg ruige overhoekjes, heggen en gazonnetjes. Ze zaten te tsjilpen op alle antennes (voor de ontvangst van de tv-kanalen Nederland 1 en later ook 2) in het dorp. Rond het hele dorp lagen nog tuinderijen. En… er waren nog nauwelijks Sperwers in de bebouwde kom. Aan dat paradijs is duidelijk een eind gekomen.

Overal onder de pannen? Vergeet het maar! In bijvoorbeeld de wijk Zanderij (waar ik woon) kan de Huismus niet terecht, omdat er bij de bouw alleen gesloten dakpannen gebruikt zijn. Er broedt in de hele wijk geen enkel paartje. Gelukkig in alle andere wijken van Katwijk nog wel, heb ik geconstateerd bij mijn onderzoek van Atlasblok 3026 in het kader van de nieuwe atlas van broedvogels en wintervogels van Sovon. Maar het is goed zoeken.

Huismus, vrouwtje, 21-09-2012, Katwijk aan Zee, tuin Telpost Savoy
Huismus, vrouwtje, 21-09-2012, Katwijk aan Zee, tuin Telpost Savoy

Bakken doen bakkers alleen nog maar in het groot op industrieterreinen, alle agrarische activiteiten, inclusief paardenstallen, zijn uit het dorp verdwenen, alle tuinderijen zijn woonwijken geworden, onkruid en insecten worden alom bestreden, heggen en gazons maken vanwege het gemak steeds meer plaats voor steen en hout. Lekker als je die heggen steeds meer nodig hebt om aan Sperwers te ontkomen. En waar vind je nog mul zand? Huismussen doen niets liever dan een zandbad nemen.

Wat voor Katwijk geldt, geldt voor heel Nederland. Sinds de jaren zestig neemt de Huismus in heel Nederland dramatisch af. Sovon spreekt van meer dan 50 procent sinds de jaren zestig. Voor Katwijk lijkt die afname nog sterker. We kunnen het niet staven. Rene van Rossum geeft als voorbeeld dat de stand in de Wassenaarseweg (gedeelte bebouwde kom) van 12 paartjes (toen ik er nog woonde) naar twee is gegaan. En dat in acht jaar tijd. De beste plek voor Huismus in Katwijk die ik ken is de manege naast de Puinhoop. Hier vindt de Huismus alles wat hij/zij zoekt: nestgelegenheid, ‘rust’ (ze worden getolereerd), paardenvoer en paardenpoep en…..mul zand. Niet zelden zitten hier meer dan 100 Huismussen te kneuteren.

Huismus voert net uitgevlogen jongen, 30-06-2011, Wassenaarseweg, Katwijk aan de Rijn
Huismus voert net uitgevlogen jongen, 30-06-2011, Wassenaarseweg, Katwijk aan de Rijn

De dramatische landelijke (en Europese) achteruitgang was reden om de Huismus op de Rode Lijst te zetten. Vorig jaar klonken er gelukkig weer enigszins positieve geluiden Gegevens van zes jaar Meetnet Urbane Soorten (dat broedvogels in stedelijke omgeving volgt en heel toepasselijk is afgekort als MUS) lieten landelijk een lichte toename zien. Maar de situatie varieerde per stad en regio. De toename op de zandgronden van Hoog-Nederland was bijvoorbeeld sterker dan die op de klei in Laag Nederland. In Amsterdam is er sprake van een lichte aantalstoename. Juist niet gunstig is het beeld in Utrecht en Zoetermeer. Tegenover het positieve nieuws over de Huismus stond dan weer het slechte nieuws over de Spreeuw. Met een afname van 40 procent in de afgelopen twintig jaar komt de spreeuw zoals het er nu naar uitziet ook op de Rode Lijst te staan.

Wat moeten we doen om de Huismus weer op te stoten in de vaart der volkeren? Nestkasten ophangen! Had ik allang moeten doen. De buren naast mijn ouderlijk huis (E.A. Borgerstraat) hebben succes met een ’mussenflat’. Dat mijn broer die er nog woont moet constateren dat Sperwers wel heel regelmatig komen snacken doet daar niets aan af. Omdat het spook van de dichte dakpannen hier nog niet heeft toegeslagen zitten er ook nog gewoon Huismussen en Spreeuwen onder de pannen in deze wijk.

Huismussen, mannetjes, 19-03-2014, Badpaviljoen aan de Wassenaarse Slag
Huismussen, mannetjes, 19-03-2014, Badpaviljoen aan de Wassenaarse Slag

Laat je heg staan! Dat geldt ook voor de gemeente. Op de Laan van Nieuw Zuid (bij de ingang van Quick Boys-veld) zitten nog mussen. De heggen langs het voetbalveld waar ze zo graag zaten zijn recentelijk echter allemaal opgeruimd. Daar moeten we als Vogelclub Katwijk eens wat aan doen!

En voeren! Ik zelf moet bij mijn voederactiviteiten in mijn tuin constateren dat de plaats van de Huismus in het dorp langzaam maar zeker wordt overgenomen door Vink (en Groenling). Maar wie wel eens een bezoek heeft gebracht aan het Vogelinformatiecentrum van Marc Plomp in De Cocksdorp (Texel) weet dat een groep lokale Huismussen een grote voerpijp in een dag kan leegeten.

Nu ik de tellingen voor het Atlasproject van Sovon heb gedaan moet ik straks nog een schatting maken van de aantallen van alle broedvogels in blok 3026. Uiteraard ook voor de Huismus. Dat zal niet meevallen! Om een beter beeld van het voorkomen te krijgen zou het mooi zijn als iedereen zijn waarnemingen van Huismus zou invoeren op waarneming.nl. Maar dan wel graag met precieze locatie, en met zo mogelijk vermelding van de indicaties voor broeden (nest, voer, jongen etc.). We gaan de Huismus de komende jaren goed in de gaten houden, letterlijk en figuurlijk.

Huismussen, mannetjes, 19-03-2014, Badpaviljoen aan de Wassenaarse Slag
Huismussen, mannetjes, 19-03-2014, Badpaviljoen aan de Wassenaarse Slag
Huismus, mannetje, 15-04-2013, Nabij Hotel Duinoord, Wassenaarse Slag
Huismus, mannetje, 15-04-2013, Nabij Hotel Duinoord, Wassenaarse Slag

Tekst: Gijsbert van der Bent

Foto’s: René van Rossum

Roodmus


Arjan van Egmond vond deze fraai uitgekleurde Roodmus vanuit de auto op 20 mei en vrijwel op dezelfde plek waar ook vorig jaar een Roodmus zat te zingen.

Roodmus
Roodmus

2013
Een roepend mannetje vloog op 28 mei over Katwijk aan den Rijn naar Rijnsburg. Op 16 juni werd een zingend mannetje langs de Cantineweg gehoord en gezien en later zat waarschijnlijk dezelfde vogel te zingen tegenover het Shell-station nabij de Zanderij. De laatste waarneming van 2013 was op 9 juli van een zingend mannetje bij de Watertoren. Allen waren 2e-jaars mannetjes wat inhoud dat deze nog niet het rood hadden.

Roodmus
Roodmus
Roodmus
Roodmus
Roodmus
Roodmus
Roodmus
Roodmus

Tekst en foto’s: René van Rossum

Determinatie Challenge


Een echte determinatie challenge

Download hier de determinatie presentatie van Arjan van Egmond lezing over herkenning van de kwikstaarten die we van het voorjaar kunnen verwachten in ons gebied. Deze presentatie werd 14 maart jl. gegeven in de Roskam tijdens de laatste lezingavond van het seizoen van de Birdclub Katwijk.

Gele Kwikstaart
Gele Kwikstaart

Champions of the Flyway


Katwijkers zetten zich in tegen de moord op trekvogels.

Het is misschien wel het meest fascinerende fenomeen uit de vogelwereld, maar jammer genoeg niet zonder gevaren – de vogeltrek. En Eilat, in Israel, is een van de beste plekken ter wereld om dit spectaculaire fenomeen te beleven. Het mag dan ook geen toeval heten dat juist hier, voor de eerste keer, het internationale evenement Champions of the Flyway wordt georganiseerd om geld in te zamelen voor de bescherming van trekvogels tijdens hun lange reis.

Champions of the Flyway

Semi-collared Flycatcher (Marc Guyt / www.agami.nl)

Op 1 april aanstaande zal een gemêleerd gezelschap aan teams uit een verscheidenheid van bedrijfstakken, vogelbeschermingsorganisaties en vogelclubs met verschillende nationaliteiten strijden om de titel Champions of the Flyway in een intense 24-uurs Big Day. Deze race wordt niet alleen georganiseerd om het wonder van de vogeltrek te vieren, maar vooral om geld in te zamelen om BirdLife International te steunen bij de strijd tegen de illegale moord op trekvogels. Jaarlijks worden miljoenen trekvogels geschoten, vergiftigd of gevangen op lijmstokken en bereiken nooit hun overwinterings- of broedgebieden, wat in sommige gevallen wezenlijk bijdraagt aan de achteruitgang van populaties en dus de ecosystemen waar deze soorten in leven. Aan dit evenement als afsluiting van Eilat Birds Festival zullen top vogelaars van over de hele wereld deelnemen, en wij –de Katwijkers Martijn Verdoes en Marc Guyt. Samen met Gert Ottens en onze teamleider Ken Billington (oprichter van Focussing on Wildlife) zullen wij proberen de Katwijkse en Nederlandse eer hoog te houden in het team Focusing on Wildlife Sprinters. Check HIER onze teampagina.

Champions of the Flyway

Eilat Mountains Israel (Marc Guyt / www.agami.nl)

Via deze weg willen we iedereen oproepen om HIER te klikken voor het geven van een donatie. Wat je maar kunt missen, want alle beetjes helpen om ons als team te steunen, om een statement te maken, maar vooral om BirdLife International in staat te stellen om onze gevederde vrienden te beschermen tijdens de vogeltrek. Iedere bijdrage gaat rechtstreeks naar een door BirdLife uitgekozen project in Zuidoost-Europa. Dat dit jammer genoeg nog steeds nodig is kunt u hier lezen en zien.

Alvast bedankt voor jullie steun!

Namens alle trekvogels,

Gert, Ken en de Katwijkers Martijn en Marc – Focusing on Wildlife Sprinters

Champions of the Flyway

Black-headed Wagtail (Marc Guyt / www.agami.nl)

Champions of the Flyway

North beach Eilat Israel (Marc Guyt / www.agami.nl)

Extreem laat Paapje


Als we een Paapje zien, rond eind oktober, zeggen we altijd tegen elkaar… ‘zo, die is laat’. Vanmorgen (10 december 2013) loop in met 1 graden, zonnetje, om 09.15 uur op Lentevreugd, Wassenaar en zie 2 Roodborsttapuiten en plots zit daar een lichter beest tussen. De afstand was eerst nog groot en schrok even…. dacht eerst aan een Aziatische Roodborsttapuit. Maar dichterbij gekomen bleek het een Paapje te zijn! Volgens database van waarneming.nl de eerste decemberwaarneming van Nederland.

paapje

Foto en tekst: René van Rossum

Massale trek


Vandaag (8 november) DE Kramsvogel-dag van 2013 !

Van 07.45-12.00 uur stonden wij op trektelpost de Puinhoop en in die tijd kwamen er al 50.000 Kramsvogels over. Dit ging de gehele ochtend door. De trek was over een heel breed front dus het aantal is nog vele malen hoger !

Zie voor de totale lijst en de gemaakte foto’s op: http://www.trektellen.nl/ 2 Boerenzwaluwen, 3 Appelvinken, 3 IJsgorzen en 2 Geelgorzen waren de krenten…

René van Rossum

Kramsvogel
Kramsvogel
Koperwiek
Koperwiek

 

Grote-Lijster
Grote Lijster
Keep
Keep

Foto’s: René van Rossum

Late Kleinste jager


Zondagmiddag, als het weer wat opklaart, besluit ik om nog even naar Savoy te rijden om over zee te gaan kijken. Op de telpost tref ik Johnny van der Zwaag en Jaap Engberts en niet veel later komt Chris Quispel. Veel vliegt er niet ondanks de harde west zuidwesten wind. Een Kleine Jager passeert vlak achter de branding, mooi te zien in de zon. Niet veel later pik ik voor de uitwatering een Jager op, op het eerste gezicht denk ik , gezien de tijd van het jaar aan Middelste Jager. Veel zie ik er op dat moment niet aan want de vogel verdwijnt al snel weer in de golf dalen. Als we de vogel weer in beeld krijgen en wat langduriger in goed licht kunnen bekijken zie ik de gebandeerde onderstaartdekververen. Jongens we zitten hier naar een Kleinste Jager te kijken! Erg bijzonder zo laat in het seizoen. De vogel word doorgegeven via de What’s app groep en ik verstuur een Dutch Bird Alert want de Jager blijft, zo nu en dan zelf jagend op de voor de uitwatering aanwezige meeuwen, rondhangen en zit zo nu en dan op zee. Al snel arriveren de eerste “twitchers” die de vogel ook kunnen bekijken. Na een minuut of tien vliegt de Kleinste Jager door naar zuid. Een paar vogelaars komen net een kwartiertje te laat, helaas. Ze zoeken nog even de branding af ten zuiden van de telpost maar kunnen de vogel niet meer terugvinden. Het is tien voor vier als de vogel ineens weer voor de uitwatering hangt en de laatkomers toch nog van de vogel kunnen genieten. Joost v/d Sluijs kan een paar goede foto’s maken en zodoende word dit het eerste gedocumenteerde geval van een Kleinste Jager in november voor de Nederlandse kust. Hoe bijzonder deze waarneming is blijkt wel uit het feit dat er in de database van Trektellen.nl maar 7 november waarnemingen staan, waarvan twee uit Katwijk. Op Waarneming.nl zijn 11(vrij) zekere waarnemingen te vinden, waarvan een in Katwijk. Verder vliegen er die middag nog een juveniele Vorkstaartmeeuw en een Noordse Pijlstormvogel langs Savoy.

Rein Genuit

Kleinste Jager
Kleinste Jager
Kleinste Jager
Kleinste Jager

Foto’s: Joost van der Sluijs

Hop zet Katwijkse woonwijken op stelten


KATWIJK – Een Hop heeft de afgelopen week honderden vogelliefhebbers naar Katwijk getrokken. De bijzondere vogel uit subtropische streken werd vorige week zaterdag (28 september) ontdekt midden in het Molenblok, en liet zich geregeld zeer fraai bekijken. Veel vogelaars/fotografen lieten zich dit buitenkansje niet ontzeggen.

Dirk, wat is dat voor een rare duif? Dirk van Rijn uit de Molenwijk is geen vogelaar, maar wist het antwoord op de vraag van zijn vrouw meteen: er zat een Hop in zijn tuin! Met zijn geelbruine verenkleed, zwart-wit patroon op rug en vleugels, lange snavel en opvallende kuif is de Hop een van de meest exotische en ook makkelijkst te herkennen vogelsoorten die in Nederland waargenomen kunnen worden.

Dirk van Rijn waarschuwde een hem bekende vogelaar, en toen ging het balletje snel rollen. Door de moderne communicatiemiddelen van tegenwoordig wist heel vogelend Nederland binnen enkele minuten dat zich in de Katwijkse Molenwijk een Hop ophield. René van Rossum woont in de buurt, was binnen vijf minuten als eerste ter plaatse en zag Dirk met een buurman door de straat sluipen om een bewijsfoto van de Hop te maken. René kon direct aansluiten, en met hem tientallen andere vogelaars. Sindsdien zijn er wel duizenden ‘bewijsfoto’s’ gemaakt van de Hop.

Onafhankelijk van Dirk van Rijn had de 7-jarige Terry Durieux uit de Asterstraat de Hop ook ontdekt. Terry vertelde aan zijn moeder dat er een mooie vogel met een ‘zebrarug’ in de Pioenhof zat. Moeder Durieux zou in de familie navraag doen naar die ‘rare specht’, en met een gewone i-pad kon Terry een foto maken van de vogel. Navraag bleek echter niet meer nodig, want de vogelaars renden al door de straat….

Na die zaterdag houdt de Hop de gemoederen nog steeds bezig. In de loop van de week heeft de Hop zijn activiteiten verplaatst naar de Zanderij. De Hop is niet continu in beeld en ook niet altijd even makkelijk terug te vinden. Maar hij heeft z’n favoriete plekjes; vooral grasveldjes vallen in de smaak. Bij zijn uitstapjes wordt de Hop steevast gevolgd door een sliert bewonderaars.

Hop1 Hop2 Hop3 Hop4

Tekst: Gijs van der Bent

Foto’s: René van Rossum

Onvolwassen Roze Spreeuw


Na een week met regen en wind staan we op 21 september om 07.00 uur op de Puinhoop trek waar te nemen. Vandaag is het gunstig weer voor zangvogeltrek en er vliegt dan ook behoorlijk wat, zoals: 3 Smellekens, 4 IJsgorzen, zo’n 7000 Graspiepers enz. Zie voor de aantallen www.trektellen.nl

Na 11.00 uur besluiten Rein Genuït en Menno van Duijn het veld voor en naast de Puinhoop af te gaan zoeken. Ikzelf ga naar huis voor een heerlijk ontbijtje. Maar net aan een koffie komt er een bericht via onze WhatsApp van de Bird Alert BC Katwijk door dat Rein Genuït een Roze Spreeuw heeft ontdekt op het koeienveld naast de Puinhoop. Als een speer er weer naar toe, maar daar aangekomen is de vogel net uit beeld. Piet Schaap, Menno van Duijn en Richard Notenboom hebben al fraaie foto’s gemaakt. Helaas duikt de vogel niet meer op en besluit ik weer naar huis te gaan. Jaap Engberts komt net aan en besluit te gaan zoeken. Na een uur komt er weer een bericht dat hij de vogel in beeld heeft op het Koeienveld nabij de Puinhoop.

Van Ben Wielstra krijg ik later in de middag een belletje dat de vogel er nu wel heel fraai voorzit op de ZO-kant van de Puinhoop. Na een dik kwartier sta ik naast Ben en inderdaad de vogel zit heerlijk te snoepen van de Vlierbessen.

Een Roze Spreeuw overwintert in India en broedt in ZO-Europa en Hongarije. In Nederland worden jaarlijks (vanaf september) een aantal onvolwassen vogels waargenomen. En in mindere mate volwassen vogels. In de Zuidduinen van Katwijk (Berkheide) vond Maarten Wielstra op 16 juni 2002 een volwassen vogel die in een groep onvolwassen Spreeuwen zat.

Rose-Spreeuw Rose-Spreeuw_2 Roze-Spreeuw-adult

Foto’s en tekst: René van Rossum

Zingend Porseleinhoen


Op 7 juli vond Joost van der Sluijs een zingende Porseleinhoen op Lentevreugd. De vogel is NIET te missen op geluid, als je Lentevreugd oploopt hoor je de vogel het explosieve ‘zweepslag’ geluid produceren. Zien is een ander verhaal, maar met een beetje geduld is het ons ook gelukt. Omdat Lentevreugd nog een vrij nieuw gebied is, zijn er minder waarnemingen bekend dan uit Berkheide. Vanaf 19 oktober 1975 tot heden zijn in Berkheide zo’n 30 waarnemingen zijn gedaan. Vooral augustus, september en oktober zijn goede maanden om ze te zien en dan gaat het meestal om juveniele vogels.

Een zingend ex. is nabij Katwijk zo-ie-zo niet algemeen en naar mijn weten pas de vierde keer ooit. Gijsbert van der Bent had op 9 juli 1981 een zingende vogel in Berkheide, en in april 2011 en 2003 heeft er een zitten zingen op Lentevreugd.

Porseleinhoen_1 Porseleinhoen_2 Porseleinhoen_3

Foto: René van Rossum

Klauwieren-fall


30 mei 2013 om 19.14 uur wordt ik gebeld door Ab Steenvoorden… hij zegt rustig ik sta in de Elsgeesterpolder (net buiten het waarnemingengebied van Katwijk) naar een Kleine Klapekster te kijken. M’n hartslag slaat bijna over en ik spoed me dan ook direct naar de plek. Net asperges achter m’n kiezen… Zit dan al te dampen in de auto voor ik er ben. Daar aangekomen zie ik hem direct en Ab zit ook vanuit de auto naar dit prachtige mannetje te kijken. Vogelaars weten wel hoe zeldzaam deze soort in Nederland is ! Het is wel raak de afgelopen dagen met de klauwieren… Roodkopklauwier bij Poelgeest en Grauwe Klauwier bij Poelgeest en Katwijk ! Helemaal TOP !!!

Kleine-Klapekster-1
Kleine Klapekster

Kleine-Klapekster-2 Kleine-Klapekster-3 Kleine-Klapekster-4

Foto’s: René van Rossum

Roodstuitzwaluw


Sinds de 1e op 26 oktober 1985 over de Puinhoop in Katwijk is dit m’n 7e waarneming voor het waarnemingengebied van Katwijk… Vandaag (3 mei 2013) ging er weinig over de trektelpost, maar plots hangt er tussen 3 Boerenzwaluwen een Roodstuit ! Jaap Engberts en ik waren de gelukkigen die de vogel kortstondig konden waarnemen. Op 30 april vorig jaar zag Peter Lindenberg er 3 naar zuid over trektelpost de Puinhoop gaan en doordat de vader van Wim Langbroek een telefoontje naar hem pleegde konden wij ze mooi oppikken bij de trektelpost Berkheide. De sterke toename van het aantal waarnemingen van Roodstuitzwaluwen in Nederland gaat Katwijk weer niet voorbij.

Voor de totale telling van 3 mei 2013, zie: http://www.trektellen.nl/

Roodstuitzwaluw1 Roodstuitzwaluw2

Foto’s: René van Rossum

Morinelplevier


Vanmorgenvroeg was het mistig en het had iets gevroren, maar toch besloot ik naar Lentevreugd te gaan. Aldaar was het zicht slechts 50 meter… Ik liep richting het dijkje om een Blauwborst te fotograferen met het eerste licht. Dat lukte prima en na een uur kwam Johan van der Louw aangelopen om mee te genieten van wat er allemaal om ons heen gebeurde. Meerdere Blauwborsten, Sprinkhaanzangers en Rietzangers waren druk in de weer een territorium op te zetten. Na een half uur ging Johan naar Berkheide om zijn geluk daar te beproeven… maar dat geluk kwam veel eerder. Johan belde mij al na een minuutje met de melding dat op slechts 150 meter achter mij een Morinel liep te foerageren ! Dus met een paar ferme stappen was ik er zo en jawel een fraai mannetje in zomerkleed ! Twee jaar geleden was er op 26 april ook een Morinelplevier aanwezig in Berkheide langs het fietspad ter hoogte van de tankwal.

Morinelplevier1Morinelplevier2Morinelplevier3Morinelplevier4Morinel-vliegend

Foto’s en tekst: René van Rossum

ZEEAREND


Op woensdag 13 februari 2013 kreeg René van Rossum een telefoontje van Rinse van der Vliet, met de mededeling dat vanuit Meijendel een Zeearend onderweg was naar Katwijk. Hoewel René zich haastte naar de Buitenwatering in de hoop de vogel daar op te pikken, was het Peter Duijndam die het geluk had de Zeearend waar te nemen. Peter zag ook dat de Zeearend een Stormmeeuw wist te bemachtigen boven zee. Hierna vloog de vogel weg richting noordoost.

zeearend1

Op vrijdag 15 februari 2013 echter vond Noël Aarts een onvolwassen Zeearend in het duingebied Meijen-del. De vogel hield zich in eerste instantie op rond de Aalscholverkolonie nabij de watertoren van Scheve-ningen. Aan het begin van de middag vond hij de Zeearend terug, nu een stuk noordelijker en wel in de Kikkervallei. Na mislukte pogingen om een Vos te vangen (waarbij de Vos bij de tweede poging van zich af beet) vloog de vogel rond 13.30u over Ganzenhoek weg richting oost. Op zaterdag de 16e bleek de Zeearend toch nog aanwezig te zijn. Wim Remmelzwaal vond de grote roofvogel, zittend in een boom aan de rand van het grote speelveld in Panbos. Om 09.15u vloog de Zeearend naar Lentevreugd, om daar een tijdje in de boom te bivakkeren die midden op het gebied staat. Hierna is de vogel weer gaan vliegen, getuige de waarneming van een Zeearend vliegend richting zuid over de Zanderij om 11.00u en gevolgd door een waarneming om 11.45u over Lentevreugd richting Ganzenhoek. Om 12.15u werd de Zeearend waargenomen zittend op een duintop net ten zuiden van Ganzenhoek. De rest van de dag werd hij of zij niet meer gemeld. De volgende dag zagen Rik Brouwer, Joost van der Sluijs, Gijsbert van der Bent en Bas van der Burg, min-of-meer onafhankelijk van elkaar, rond 08.20u de Zeearend zitten in dezelfde boom op Lentevreugd waar die op de 16e ook was waargenomen. Na 10 minuten vloog de vogel weg richting Berkheide, om vervolgens rond 09.20u vanuit Berkheide via Lentevreugd naar het voormalige vliegkamp Valkenburg te vliegen. De arend streek neer op een landingsbaan en was tot 11.20u leuk te zien vanaf het einde van de Ruijgelaan. Rond 11.20u vloog de Zeearend weg richting het Valkenburgse Meer. Hier werd hij/zij opgepikt en erg mooi op de gevoelige plaat vastgelegd door Joost van der Sluijs en Mathieu Groeneveld. De vogel vloog vervolgens over de A44 richting het noordoosten, waarna Mathieu hem rond 12.00u kwijtraakte boven de wijk Stevenshof in Leiden.

zeearend2

De Zeearend die zich van 13 t/m 17 februari 2013 ophield in het werkgebied van de Vogelclub Katwijk be-trof het 16e geval ooit (de eerste waarneming was in 1966 in Berkheide). Daarnaast was het pas de tweede keer dat een Zeearend “aan de grond” is waargenomen (de eerste keer was 20 maart 2009 op Lentevreugd) en betrof het de eerste keer dat een Zeearend meerdere dagen aanwezig was. Met een gemiddelde van 1 waarneming per 2,9 jaar mag je gerust zeggen dat het gaat hier om een zeldzame soort voor Katwijk. De periode oktober-maart is de beste tijd om de soort waar te nemen, waarbij de maand november de beste maand is (7 van de 16). Op eentje na, een adult over de Zanderij op 28 januari 1996, hebben alle waarnemingen betrekking op onvolwassen exemplaren.

Tekst: Bas van der Burg
Foto’s: Peter Duijndam en Joost van der Sluijs

IJsvogels


IJsvogels zijn, ondanks hun fraaie kleuren, vrijwel altijd lastig waar te nemen. Maar als er tijdens de vorst een aantal sloten en meertjes dichtvriezen is de kans ineens veel groter dat je ze wel goed te zien krijgt. De truck is dan eigenlijk, zoeken naar open water en goed de kantjes afspeuren. In Berkheide en Lentevreugd zitten momenteel 4 IJsvogels.

René van Rossum

ijsvogel1ijsvogel2ijsvogel3 ijsvogel4 ijsvogel5 ijsvogel6 ijsvogel7

Fotos: René van Rossum

Reuring aan Zee


Ergens in augustus 2013 zal op het Katwijkse strand ongetwijfeld weer het muziekfestival Reuring aan Zee plaatsvinden, maar ook de laatste maand is er genoeg reuring aan zee. Het barst voor onze kust namelijk van de vogels. Eind november 2012 begon dat echt op te vallen. Op 28 november 2012 vlogen er onder meer 4.500 Zeekoeten en Alken (hoogstwaarschijnlijk vooral Zeekoeten) langs zeetrektelpost Savoy. De volgende dag (29 november) waren dat er zelfs 8.800; een nieuwe trektelpostrecord!

Het was die dagen in heel West-Nederland bal boven zee. Behalve bij Katwijk werden ook bij Noordwijk, Egmond, Castricum, Bloemendaal en Scheveningen duizenden Zeekoeten/Alken gezien. Diverse telposten noteerden nieuwe records. Zo meldde Nick van der Ham op 28 november 14.739 alk/zeekoeten die langs Camperduin vlogen; een nieuw dagrecord voor Nederland. Het oude record van 13.614 dateerde uit januari 2005. Www.natuurbericht.nl berichtte er over, en uiteraard ook Jelle van Dijk van de Noordwijkse club, die in zijn lange carrière als (vrijwel dagelijkse) zeetrekteller nog nooit zulke aantallen had gezien (hij noteerde er 7.378 ex op de dag van het Katwijkse record). De echt hoge aantallen koeten zijn vooral te zien in het eerste daglicht-uur. De vogels vliegen dan een eindje om het afdrijven in de nacht door wind en getij te corrigeren. In het Waddengebied en in Zeeland werden nauwelijks Zeekoeten gezien.

Behalve koeten zijn de afgelopen vijf weken op een aantal dagen ook honderden Roodkeelduikers, Futen en Drieteenmeeuwen gezien in en boven zee. 1.320 Roodkeelduikers voorbij Savoy op Nieuwjaarsdag is niet gek. Op zee zitten honderden Futen. En wat te denken van 3.346 Drieteenmeeuwen op 27 december 2012? Als krenten in de pap worden heel regelmatig Grote Zee-eenden gemeld, Kleine Jagers, IJseenden en zelfs Papegaaiduikers.

Zwarte Zee-eenden, niet zozeer viseters als wel schelpdiereters, laten het een beetje afweten voor Katwijk. Voor Noordwijk kwam Jelle van Dijk echter tot een groep van 2.750 op 13 december. Volgens Jelle foerageren de Zwarte Zee-eenden vooral op (jonge) Amerikaanse Zwaardschede. Altijd goed om zo’n groep dicht langs de kust met de telescoop af te scannen. Je weet nooit wat er tussen kan zitten! Maar ook zonder dwaalgast ertussen zijn dergelijke groepen al mooi en interessant genoeg.

Gijs van der Bent

De meeste koeten onder de noemer Alk/Zeekoet (ofwel AZ-tjes) zijn ongetwijfeld Zeekoeten, maar op deze foto toevallig een mooie Alk. Foto: René van Rossum
De meeste koeten onder de noemer Alk/Zeekoet (ofwel AZ-tjes) zijn ongetwijfeld Zeekoeten, maar op deze foto toevallig een mooie Alk. Foto: René van Rossum

SOVON atlasproject


Doe ook mee aan het atlasproject

Sovon

Geachte Sovon-teller,

Zoals u in Sovon-Nieuws nr. 2 van dit jaar heeft kunnen lezen gaan we vanaf 15 november van dit jaar van start met het nieuwe atlasproject. We nodigen u als Sovon-teller hierbij uit om één of meer atlasblokken te claimen op sovon.nl/vogelatlas.

De komende jaren (2012 – 2015) gaan honderden vogelaars op pad om alle 1674 atlasblokken die Nederland rijk is uit te kammen op broedvogels en wintervogels. Doet u ook mee? Na 15 jaar is het de hoogste tijd om de landelijke vogelbalans op te maken. Hoeveel Veldleeuweriken, Grutto’s en Scholeksters zijn er nog over? Is de huismussenstand wederom gehalveerd? Hoe snel gaat de kolonisatie van de Middelste Bonte Specht? Maar ook, overwinteren er eigenlijk nog wel Bonte Kraaien in ons land, net als 30 jaar geleden? En, hoe verloopt de toename van het aantal overwinterende Grote Zilverreigers? Allemaal vragen waarop we de komende drie jaar antwoorden op hopen te krijgen. U kunt daar aan bijdragen, heel graag zelfs!

Veldwerk en bureauwerk

De tellingen zijn bijna hetzelfde als tijdens de vorige atlasperiode (1998-2000) met de aanvulling dat nu ook de wintervogels geteld worden.In de bijgaande flyer staat de telopzet heel kort samengevat.

Momenteel wordt er hard gewerkt aan de handleiding, veldkaarten en andere telbenodigheden. Deze zullen we in de eerste week van november mailen zodat u weet wat er precies van u verwacht wordt.

Het bureauwerk is wel gewijzigd ten opzichte van de vorige broedvogelatlas. De invoer van de gegevens zal, net als bij de andere Sovon projecten, geheel online gebeuren. Dus geen enveloppen en postzegels meer, maar alles digitaal.

Oude atlastellers kregen voorrang

De ‘oude’ atlastellers van de vorige atlasperiode hebben tot 1 september jl. de mogelijkheid gehad om hun oude atlasblok wederom te claimen. Op die manier zijn er al bijna 300 atlasblokken geclaimd door deze tellers. De resterende atlasbokken zijn op 1 september vrijgegeven zodat iedereen het atlasblok van zijn keuze kan claimen. Inmiddels staat de teller van het aantal geclaimde atlasblokken op bijna 500! Het gaat dus heel hard. Atlastellers die al hun blok hebben geclaimd, krijgen vanaf nu ook de mogelijkheid om zich eventueel voor nog een ander vrijgevallen atlasblok aan te melden.

Op sovon.nl/vogelatlas kunt u inloggen met uw Sovon-waarnemerscode en wachtwoord en het (groene) atlasblok van uw keuze reserveren. In een later stadium worden nieuwe pagina’s aan deze site toegevoegd om bijvoorbeeld de telgegevens in te kunnen voeren.

Heeft u vragen, suggesties of vragen, raadpleeg dan eerst de FAQ-pagina op sovon.nl/vogelatlas. Geeft die informatie onvoldoende antwoord op uw vraag, mail dan gerust naarsovon.nl/vogelatlasvogelatlas@sovon.nl.

Met vriendelijke groet,

Jouke Altenburg en Harvey van Diek

(Atlascoördinatoren)

P.s. Heeft u al een kijkje genomen op de gloednieuwe Sovon-site? Zie: www.sovon.nl

Kleinste Jagers aan de kust en in het binnenland


Zeetrekseizoen spetterend van start

Kleinste Jager
Kleinste Jager (juveniel), 26 augustus 2012, vanaf Savoy (René van Rossum)

Afgelopen week kwamen er vanuit het hele land meldingen binnen van langstrekkende Kleinste Jagers. Vanuit het hele land? Jazeker! Hoewel je jagers voornamelijk aan de kust zou verwachten werden er op meerdere telposten in het binnenland enkelingen en zelfs groepjes juveniele Kleinste Jagers gemeld. Het aantal waarnemingen aan zee viel erbij in het niet. Dat konden wij als kustvogelaars natuurlijk niet laten gebeuren. De westerstorm op zondag 26 augustus was een goede gelegenheid om de natuurlijke orde te herstellen.

Kleinste Jager
Kleinste Jager (juveniel), 26 augustus 2012, vanaf Savoy (René van Rossum)

Maar liefst drie juveniele Kleinste Jagers passeerden de telpost Savoy. De eerste vogel vloog dichtbij (en landde zelfs even op het strand), maar was eigenlijk al voorbij toen-ie opgepikt werd. Vogel nummer twee maakte de sterns het leven aardig zuur en dobberde ook regelmatig op het water, maar de afstand was groot. Driemaal is echter scheepsrecht. Al ver voordat de derde Kleinste Jager daadwerkelijk langs kwam hadden we ‘m reeds in de smiezen. Het beest draaide wat boven het strand en ging zelfs even boven de zeereep hangen, alvorens fraai dichtbij te passeren. Perfect, zo hoort het!

Kleinste Jager
Kleinste Jager (adult), oktober 1988, Uitwatering (René van Rossum)

Er zijn jaren dat er nauwelijks Kleinste Jagers gezien worden in Nederland. En er zijn jaren dat deze zeldzaamste van de vier jagersoorten invasieachtig voorkomt. Dit jaar lijkt zo’n jaar te worden. Profiteer ervan, want een waarneming van zo’n sierlijke Kleinste Jager blijft altijd een buitenkansje. Er worden nu vooral jonge vogels gemeld, maar in het najaar zijn adulte vogels (zelfs nog met lange staartpennen) ook altijd mogelijk.

De Kleinste Jagers waren niet de enige echte zeevogels vandaag bij Katwijk. Er werden vanaf trektelpost Savoy ook al twee Grauwe Pijlstormvogels, een Vale Pijlstormvogel en een Noordse Stormvogel gezien. Van elders uit het land werd een heel scala aan zeevogelsoorten gemeld. Het najaar is ook boven zee losgebarsten.

Tekst: Ben Wielstra

Paapje en Purperreiger op weg naar Afrika


Purperreiger

In de trekvogelwereld bestaat geen vakantie. De jongen zijn nog maar net uitgevlogen, of er staat al weer een trektocht voor de deur. Voor grote aantallen dagtrekkers over de Puinhoop is het nog iets te vroeg (al zullen er al wel Gele Kwikstaarten en zwaluwen te zien zijn), maar in het veld merken we ook in Katwijk dat er ’s nachts al flink wat beweging zit in de lucht. Dat merken we onder meer aan het Paapje, dat de afgelopen week al her en der is gemeld. Tot twintig jaar geleden was het Paapje broedvogel van Berkheide. Als we nu een Paapje zien in en rond Katwijk dan weten we: doortrekker. In het voorjaar kunnen we op doortrek, vooral in mei, ook de fraaie mannetjes zien. In het najaar zien we vooral jonge vogels. En misschien ook wel adulte, maar die zijn nu bijna niet van de onvolwassen vogels te onderscheiden.

Paapje

Het Paapje heeft een groot verspreidingsgebied ten noorden en oosten van Nederland, en is op doortrek van en naar de tropische winterkwartieren in onze contreien zeker niet zeldzaam te noemen. Dit jaar werd het eerste Paapje al op 9 augustus gemeld, op Lentevreugd. Paapjes houden van ruig en een beetje vochtig terrein, en dat vinden ze zeker op Lentevreugd. Daarna werden er steeds maximaal twee gemeld van Lentevreugd, maar ook uit Berkheide en het Wantveld. Dinsdag 14 augustus werden er zelfs 15 gemeld van Lentevreugd.

Die dag zat er een Bonte Vliegenvanger in het Panbos; ook een doortrekker. De Waterrietzangers van Lentevreugd houden ons al sinds 27 juli bezig. Van de ringbaan in Meyendel kwamen het weekend van 11-12 augustus enthousiaste geluiden over vangsten van Sperwergrasmus en Struikrietzanger. Gijsbert Twigt zag op 12 augustus zelf een Sperwergrasmus in Berkheide. Het is duidelijk: het kan begin augustus al lonen bosjes en veldjes te kloppen. En de roofvogelwereld is ook in beweging, gezien de meldingen van onder meer Visarend, Blauwe Kiekendief, Zwarte Wouw en Wespendief.

Purperreiger

En wat te denken van de Purperreiger?! Al snel na het broedseizoen trekt deze soort naar Afrika, en dan doen met name de jonge, van de Nederlandse broedkolonies uitwaaierende vogels ook wel eens Katwijk aan. René van Rossum merkte bij zijn foto op de website www.dutchbirding.nl terecht op dat in het najaar een Purperreiger in Katwijk zeldzamer is dan een Waterrietzanger! Er gaan jaren voorbij dat we geen Purperreiger zien tijdens de nazomertrek. Dit jaar is het wel raak. Een onvolwassen vogel werd op 27 juli gemeld (en gefotografeerd) van Lentevreugd. Sindsdien wordt een/de vogel regelmatig gemeld; niet alleen van Lentevreugd, maar ook van de weilanden boven vliegveld Valkenburg. Een buitenkansje voor ons Katwijkers!

Tekst: Gijsbert van der Bent
Foto: Paapje, 13 augustus 2012, Lentevreugd (René van Rossum)
Foto: Purperreiger, 14 augustus 2012, Mient/Kooltuin (René van Rossum)

HET WATERRIETZANGER-SEIZOEN 2012 IS WEER VAN START!


Op 27 juli 2012 ontdekte Ed Schouten de eerste Waterrietzanger voor het “seizoen 2012″ aan het einde van het welbekende dijkje op Lentevreugd. Het betrof een onvolwassen vogel die zich, zoals vaker op Lentevreugd, erg leuk liet bekijken en fotograferen.

Waterrietzanger

Voor Lentevreugd betekent dit het 5e jaar op rij dat deze mooie soort opduikt. Na een waarneming in 2004, wordt de soort sinds 2008 jaarlijks waargenomen. Hierbij is het opvallend dat de soort vrijwel jaarlijks wordt aangetroffen aan het einde van het dijkje, alhoewel in 2011 maximaal 3 verschillende exemplaren werden waargenomen langs de oever van de plas gelegen ten noorden van het dijkje. Met recht mag geconcludeerd worden dat Lentevreugd momenteel de beste plek in Zuid-Holland is om Waterrietzangers te waar te nemen.

De soort wordt in Nederland hoofdzakelijk in het vroege najaar waargenomen en wel in de laatste week van juli t/m half september, met een piek in de eerste 2 weken van augustus. Op Lentevreugd is de soort waargenomen in de periode 25 juli – 5 september, met ook hier een piek in de eerste 2 weken van augustus.

De Waterrietzanger is een mondiaal sterk bedreigde soort als gevolg van habitatvernietiging in zowel de broed- als overwinteringsgebieden. De wereldpopulatie wordt geschat op 25.000 vogels verspreid over ongeveer 40 locaties in Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, het Europese deel van de Russische Federatie, Wit-Rusland, Oekraïne en Hungarije. Het enige grote overwinteringsgebied is gelegen in Senegal en wel in het Djoudj National Park en de moeras-gebieden bij Tiquet. Mogelijk dat er meer overwinteringsgebieden aanwezig zijn in West-Afrika, maar onderzoek hiernaar heeft nog niks opgeleverd.

Waterrietzanger

De in Nederland waargenomen exemplaren betreffen vrijwel altijd onvolwassen vogels. Zo ook op Lentevreugd, alhoewel op 3 augustus 2010 een volwassen exemplaar werd waargenomen door Frank van Duivenvoorde. In het voorjaar (mei-juni) wordt de soort, enkele uitzonderingen daargelaten, vrijwel nooit in Nederland waargenomen. Dit komt door het verschil in trekroute tussen het na- en voorjaar. In het najaar trekt de soort vanuit de broedgebieden via de Baltische kust richting het westen, om vervolgens via de Noordzeekust (Nederland, België, Frankrijk, Spanje/Portugal) door te vliegen naar de overwinteringsgebieden in Senegal. In het voorjaar trekt de soort vanuit Senegal via de noordkust van Afrika, de Middellandse Zee, Midden-Europa terug naar de broedgebieden.

Waterrietzanger

Voor meer informatie over deze mondiaal bedreigde soort, zie www.aquaticwarbler.net

Waterrietzanger

Waterrietzanger

Waterrietzanger

Foto’s: René van Rossum
Tekst: Bas van der Burg

Zwarte Ooievaars


Op 24 juli 2012 ontdekte Peter Lindenburg in de avonduren twee juveniele Zwarte Ooievaars op Lentevreugd. Hij zag hoe de vogels opvlogen en zich opmaakten voor de nacht op de gevel van een oude bollenschuur aan de noordoostkant van het gebied. Een 10 vogelaars uit Katwijk en omgeving hebben tot het donker de vogels nog kunnen waarnemen. De volgende morgen vroeg kwamen veel vogelaars kijken of ze er nog zaten en dat was gelukkig het geval ! Maar om zes uur besloten de 2 juv. vogels van het dak af te zeilen naar het achtergelegen gebied. We besluiten Lentevreugd op te wandelen in de hoop de vogels daar ergens tegen het lijf te lopen. Met (door het bedauwde gras) kletsnatte voeten staan we een kwartiertje later ten noordwesten van de Grote Plas. Geen Zwarte Ooievaar te zien ! Op zich niet verwonderlijk, want het zicht is maar een meter of vijftig. Er zit niets anders op dan te wachten tot de opkomende zon de mist wegbrandt. Als om tien over zeven de mist optrekt, tonen beide Zwarte Ooievaars zich gelukkig in al hun pracht aan ons!

Zwarte Ooievaars broeden (nog) niet in Nederland. Ze broeden vooral in uitgestrekte oude rustige bossen in nabijheid van moerassen, poelen, beken of rivieren, bij voorkeur in heuvelachtig gebied. Met oostenwind en hoge temperaturen zien we ze in Katwijk vanaf eind juli en begin augustus het meest. Er zijn al een 10-tal waarnemingen uit Katwijk bekend. Tegenwoordig worden ze ieder jaar wel opgemerkt boven Katwijk.

Zwarte Ooievaars

Zwarte Ooievaars

Zwarte Ooievaars

Tekst: Luuk Punt & René van Rossum
Foto’s: Luuk Punt & René van Rossum

Pijlen on the move!


Pijlen

Pijlen on the move!

14 juli 2012

De zomer (voor zover je daarvan kunt spreken…) loopt vogeltechnisch gesproken ten einde en het najaar staat al weer voor de deur. Dat betekent ook weer: zeetrektellen! Juli wordt altijd gezien als een goede maand voor Vale Pijlstormvogel, mondiaal gezien een ernstig bedreigde soort. De eerste zijn al weer in de Hollandse wateren gezien (onder andere bij Camperduin), en als we de geluiden van onze zuiderburen mogen geloven komen er meer onze kant op. In Het Kanaal zijn al aardige aantallen gezien die noordwaarts vlogen. Noordse Pijlstormvogels kunnen ook al vroeg in het seizoen worden waargenomen, soms al in juni. De Grauwe Pijlstormvogels maken hun opwachting pas weer in september. Alle soorten kunnen met goede omstandigheden, veelal westerstormen, dan nog tot in december worden verwacht.

Bijgaand enkele filmpjes van de ‘algemenere’ pijlstormvogels waarop we de komende maanden in Katwijk bedacht moeten zijn, en een shortlist van de kenmerken die het meest bruikbaar zijn in het veld.

Vale Pijlstormvogel

– Vlucht: lijkt soms bijna meer als een duiker of fuut te vliegen, gehaast en met korte glijpauzes, kijlt het minst van alle drie de pijlen. Het is geen keihard kenmerk, maar van alle soorten pijlstormvogels vliegt de Vale Pijlstormvogel meestal het dichtst onder de kust!
– Lichaam en postuur: heeft een hangbuik, zwaartepunt in midden van lichaam.
– Kenmerken: komt een beetje ‘vuil’ over, maar er is grote variatie: van hele lichte vogels die meer naar Noordse Pijlstormvogel neigen (hou mogelijk Yelkouan in gedachte… :)) tot hele donkere, bijna als Grauwe Pijlstormvogel. Bovendelen bruin/grijs, maar tonen met bewolkt weer donker. Lichtere buik en ondervleugels. Kop donker tot onder het oog, geleidelijk lichter naar kin. Onderstaartdekveren donker.

Noordse Pijlstormvogel

– Vlucht: gehaaste vleugelslag met regelmatige glijposes, kijlt met korte steile boog en langzaam afglijdend, maar blijft ook voor langere tijd laag boven het water. Meestal wat verder weg, maar is ook vliegend over strand gezien.
– Lichaam en postuur: meer afgetraind postuur, zonder duidelijk zwaartepunt.
– Kenmerken: donkere bovendelen (donkerbruin en zwart), onderdelen wit, op de kop loopt donker tot oog. Buik, ondervleugels en onderstaartdekveren wit.

Grauwe Pijlstormvogel

– Vlucht: vliegt een beetje als een albatros, met hoge lange bogen en minder gehaaste vleugelslagen. Van alle soorten pijl meestal op de grootste afstand van de kust en met de hoogste snelheid. Vrijwel nooit heel dichtbij.
– Lichaam en postuur: sigaarvormig lichaam, met zwaartepunt bij de borst.
– Kenmerken: donkere lichaam, alleen lichte ondervleugeldekveren die ook op verre afstand oplichten.

Let op! Vanaf nu zijn is ook de Kleine Jager boven zee te verwachten.

Zeker de donkere fase kan op afstand makkelijk verward worden met een pijlstormvogel. Jagers hebben echter een meer regelmatige, meeuwachtige vlucht. Let op de lichte vlekken (‘patches’) op de onder- en bovenvleugels (aanzet slagpennen). Verwarring eigenlijk alleen mogelijk bij strak doortrekkende vogels op afstand en bij harde wind (als jagers en ook meeuwen (!) ook gaan ‘kijlen’). In tegenstelling tot pijlstormvogels vaak ter plaatse en jagend achter meeuwen en sterns.

Menno van Duijn

28 april 2012 – De twaalfde Katwijkse Fiets Big Day


KATWIJK – De afgelopen jaren was het stil op de tweede zaterdag van mei in Katwijk. Fietsen stonden weg te roesten, wekkers bleven stil, zitvlees werd dikker en vogels vlogen ongestoord verder. Daar moet verandering in komen! Het wordt weer eens tijd voor een startschot bij Hotel Savoy, om zes uur ‘s morgens.

Jazeker, het gaat er dit jaar weer van komen. Fietsende en zwetende mannen met kijkers, die wielrenners van het pad af schreeuwen, die wandelaars en duinwachters omver rijden op en buiten de paden en die fietsen over hekken smijten. En dat alles om binnen tien uur zo veel mogelijk soorten te zien. Waar hebben we het over? De Katwijkse Fiets Big Day! Op zaterdag 28 april is het na een aantal blanco jaren weer zover. Het wordt de achtste editie van dit roemruchte evenement uit de Katwijkse vogelaarshistorie.

Teams van drie á vier personen proberen binnen de grenzen van het waarnemingsgebied van de Vogel- en Natuurclub Katwijk zo veel mogelijk soorten te zien in een tijdsbestek van precies tien uur. Het enige toegestane vervoersmiddel: de fiets! Om zes uur ’s morgen klinkt het startschot bij Hotel Savoy, waar tien uur later (16.00 uur) de moegestreden teams ook weer verzamelen om de score op te maken. Bij eerdere Big Days scoorden de teams al rond de 100 verschillende vogelsoorten, en werden er in totaal vaak rond de 125 soorten geteld op zo’n dag. Het teamrecord staat op 123 soorten. Onder het genot van een verfrissend biertje en/of opwekkende koffie worden de scores opgemaakt. Zal het record verbroken worden?

Het gaat natuurlijk niet alleen om de punten. Heel Katwijk wordt weer eens goed onderzocht, tot in alle uithoeken toe. Even vogelen buiten de gebaande paden kan nog wel eens verrassingen opleveren. Er zijn plannen om ‘s avonds met z’n allen (alleen voor wie zich een beetje kan gedragen…) wat te gaan eten, bijvoorbeeld bij de Chinees. Opgeven, liefst per team, kan bij Menno van Duijn: menno@birdclubkatwijk.nl. Daarbij ook aangeven of je mee wilt eten ‘s avonds.

Regelement:

1) Start 06.00 uur bij Hotel Savoy.

2) Eind 16.00 uur bij Hotel Savoy. Kom op tijd! Voor vijf minuten die een team te laat is wordt er een soort van de score gehaald.

3) Een waarneming telt pas als minimaal twee personen van het team de soort hebben waargenomen.

4) Je mag je niet verplaatsen met gemotoriseerd vervoer. Dus alleen fietsen, steppen, wandelen, rennen, kruipen en rollen zijn toegestaan.

5) Verboden gebieden mogen niet worden betreden.

6) Waarnemingen tellen alleen als de waarnemers zich binnen de grens van het waarnemingengebied bevinden. Vogels die er buiten zitten maar vanuit het gebied gezien worden tellen mee (bijvoorbeeld een Visarend boven Meijendel vanaf de trektelpost Berkheide).

7) Hulplijnen (luiaards die niet meedoen…) mogen ingeschakeld worden.

8) Hoe het moet bij het ontdekken van zeer bijzondere en interessante vogels moet nog besproken worden (geheimhouden is in ieder geval niet de bedoeling als een team een Rosse Waaierstaart ontdekt…)

9) Vogels mogen niet moedwillig worden verjaagd (ook niet als er een ander team aankomt…).

Tapuit en waterpieper


Gister was de Tapuit al waargenomen door Fennie Steenhuis en dat was dan ook de reden om vandaag (17 maart) even te gaan kijken en op precies dezelfde plaats waar Fennie hem had ingevoerd stond er een man Tapuit. Altijd weer leuk om het LOGO van De Duinstag weer waar te nemen !

Bij Rijnfront, Oegstgeest, gingen we kijken naar de gemelde Kleine Plevieren, maar die waren in geen velden of wegen meer te bekennen. Terwijl Rein Genuit er wel 2 had deze morgen. Maar we vonden wel een hele fraaie Waterpieper !

Tapuit

Waterpieper

Waterpieper

Foto’s René van Rossum