Categorie archief: Determinatie

Alkachtigen, een verdieping in vogelvlucht


Geschreven door Menno van Duijn & Wouter Teunissen

Alk (links) en Zeekoet (rechts) Foto Jaap van der Marel

Na het arikel over herkenning van duikers behandelen we hier de herkenning van alkachtigen in winterkleed langs de Nederlandse kust. Over het algemeen is het waarnemen al een uitdaging en wordt het telescoop-werk om een naam op de vogel te kunnen plakken. Zelfs met een goede telescoop vliegen de vogels veelal nog te ver weg om duidelijk te kunnen onderscheiden om welke soort het gaat maar met dit artikel hopen we iets te kunnen helpen.

Naast dat de alkachtigen op afstand al erg op elkaar lijken zijn er nog een aantal soorten die snel verward kunnen worden met deze groep. Fuutachtigen hebben eveneens een snelle vleugelslag en zwart-wit verenkleed maar hebben langere poten en meer wit op de bovenvleugels. Ook vrouwtjes IJseend kunnen verward worden met alkachtigen maar hebben meer wit op de kop en donkere ondervleugels die ook breder zijn.

Zeekoet (Uria aalge)
De meest algemene van alle alkachtigen en door niet-vogelaars ook uitgescholden voor pinguin.

Op het water

Korte en rechte staart;
Lange puntige snavel;
Donkerbruine bovendelen;
Donkere lijnen op de flanken;
Kop wordt licht omhoog gehouden in een hoek van 45 graden;
Donkere borstband;
Getroomlijnde kop;
Donkere oogstreep die door loopt op de witte wangen.

In vlucht

Korte en rechte staart, maar poten steken voorbij de staart!;
Witte toppen op de armpennen;
Dunne donkere borstband;
Donkere tekening op de witte ondervleugels;
Scheiding van donkere bovendelen en lichte onderdelen op de dij in “meer” een rechte lijn.

Alk (Alca torda)
Minder algemeen dan Zeekoet, verhouding ongeveer 1 Alk op 5 Zeekoeten.

Op het water

Lange puntige staart;
Zwarte bovendelen;
Forse meer stompe snavel;
Witte flanken zonder donkere strepen;
Minder getroomlijnde kop dan Zeekoet;
Borstband loopt niet geheel door.

In vlucht

Lange puntige staart;
Zwarte bovendelen;
Witte ondervleugels zonder donkere tekening;
Wit op de dij loopt hoog op naar de donkere stuit;
Borstband loopt niet geheel door;
Donkere bovenvleugels met lichte toppen op de armpennen.

Dikbekzeekoet (Uria Lomvia)
Dwaalgast, negen waarnemingen waarvan drie levend. Moeilijk op zekerheid te determineren op grotere afstand door gelijkenis met Zeekoet en 1e winter Alk.

Op het water

Korte rechte staart;
Witte flanken, geen streping als Zeekoet;
Zwarte bovendelen als Alk;
Korte puntige snavel, meer dolkvormig;
Veel minder wit op de kop, veelal slechts een witte keel;
Brede donkere borstband waarvan wit op de borst in een punt omhoog oploopt richting de keel;
Meer “vierkant” kopprofiel;
Geen wit op de wangen en oorstreek.

In vlucht (geen video)
Witte ondervleugels zonder donkere tekening;
Korte rechte staart, maar poten steken voorbij de staart!;
Brede donkere borstband;
Donkere kop met slechts een lichte keel;
Witte flanken;
Scheiding van donkere bovendelen en lichte onderdelen op de dij in een rechte lijn
Donkere bovenvleugels met lichte toppen op de armpennen.

Zwarte Zeekoet
Dwaalgast in Nederland met jaarlijkse meerdere (terugkerende) overwinterende vogels. Meest markant getekende van alle alkachtigen.

Op het water

Witte stuit;
Korte donkere staart;
Donkere puntige snavel;
Rode poten zichtbaar in helder water;
Bovendelen kunnen geheel zwart zijn tot gemarmerd wit;
Witte vleugelvlek, 1e winter heeft nog donkere banen op de vleugelvlek;
Over het geheel een wit verenkleed met donkere vlekken op de kop, nek en borst. Alleen rond het oog een geheel donkere tekening.

In vlucht

Witte stuit;
Rode poten;
Korte rechte staart;
Witte vleugelvlek, 1e winter heeft nog donkere banen op de vleugelvlek;
Short and square black tail
Over het geheel wit verenkleed met donker gevlekte bovendelen.

Kleine Alk
Schaarse wintergast, met name tijdens stormen in november-december. Kan tijdens of na een storm ook op zoet water worden teruggevonden.

Op het water

Zwarte boven- en witte onderdelen;
Kleinste van alle alkachtigen;
Licht relatief hoog op het water in rust;
Donkere borstband kan in het midden worden onderbroken;
Donkere kop met witte oorstreek die omhoogloopt.
Korte en stompe snavel;
Korte rechte staart.

In vlucht

Zwarte boven- en witte onderdelen;
Korte en stompe snavel;
Veelal in kleine groepen en dichter op de kust (branding)
Donkere bovenvleugels met witte armpentoppen en witte lijnen op de schouderveren;
Kleinste van alle alkachtigen, formaat Spreeuw.

Papegaaiduiker
Schaarse wintergast en lastig waar te nemen, veelal ver op zee.

Op het water

Licht relatief hoog op het water in rust;
Grijze wangen;
Donkere borstband omlijnd de grijze wang;
Korte rechte staart;
Donkere bovendelen;
Witte onderdelen;
Ronde kop met zware snavel wordt meer boven de borst gehouden.

In vlucht (geen video)
Stevig gedrongen postuur;
Zware snavel in verhouding tot het lichtaam;
Grijze wang;
Donkere borstband omlijnd de grijze wang;
Korte rechte staart;
Grijze ondervleugels;
Donkere bovenvleugels zonder witte armpentoppen;
Oranje poten zichtbaar in zonnige omstandigheden.

Duikers, een verdieping in vogelvlucht.


Winter staat weer voor de deur en daarmee de komst van duikers (Gavia’s). De eerste (IJs)duikers zijn inmiddels al weer waargenomen. Om de kenmerken van deze soorten nog even naar boven te halen hebben we een aantal filmpjes verzameld, juist die van matige kwaliteit omdat dit een realistischer beeld geeft waarin de vogels veelal op afstand worden waargenomen.

Per soort is er, indien vindbaar, een filmpje gegeven van de vlucht en zwemmende vogel(s) met een opsomming van een paar key-features waar op gelet moet worden bij duikers in winterkleed in wat lastigere omstandigheden.

Duikers in vlucht kunnen nog worden verward met een fuut, maar duikers hebben donkere bovenvleugels zonder witte banen. De grotere duikers kunnen nog eens met branta-ganzen of onvolwassen Aalscholvers worden verward meer daarbij dient gelet te worden op de lichte onderdelen, donkere-lichte hals verdeling en lange uitstekende poten van de duikers.


IJsduiker met Parelduikers

Roodkeelduiker
Meest algemene duiker die langs de kust wordt gezien. Valt op door lichte voorkomen en kopknikken in de vlucht.

  • Kleinste van alle duikers maar scheelt niet veel met Parelduiker;
  • Bij goede lichtomstandigheden duidelijk lichte duiker, meeste wit van alle vier;
  • Lichte hals maar bij juveniele/eerste winters donkerder en minder scherp contrast;
  • Vliegt vaak in kleine groepen en op verschillende hoogten boven zee;
  • Enige duiker die tijdens vlucht met de kop knikt!

  • Van afstand al opvallend licht;
  • Kleinere duiker;
  • Vrijstaand oog door lichte teugel maar op afstand niet goed zichtbaar;
  • Houdt dunne grijze snavel schuin veelal omhoog gericht;
  • Houding van kop, nek en borst meer als een gekantelde 7
  • Veel wit in de nek, donkere/grijze achterhals is minder dan bij Parelduiker.
  • Lichtere flank maar met donkere strepen;
  • Gestroomlijn aflopend achterlichaam.

Parelduiker
Schaarser dan Roodkeelduiker. Overwegend donkere duiker maar kan snel verward worden met juveniele/eerste winter Roodkeelduiker.

(vlucht geen bruikbaar materiaal vindbaar)

  • Komt direct al over als donkere duiker, uitzondering met veel zon op donkere achtergrond waardoor het wit kan overstralen;
  • Knikt niet met de kop zoals Roodkeelduiker dat doet;
  • Duidelijk contrast met donkere bovendelen en lichte onderdelen.

  • Donkere duiker;
  • Houdt snavel horizontaal;
  • Geen donkere vlek in de hals;
  • Oog niet vrijstaand;
  • Meer dolkachtige lichtere snavel, tussen Roodkeel- en IJsduiker.
  • Houding van kop, nek, hals vorm van een S.
  • Donkere hals en lichte keel met scherp contrast, donkere deel is prominenter (lijkt soms alleen witte kin en borst te hebben (pas op eerste winter Roodkeelduiker)
  • Lichte flank veelal niet zichtbaar, hooguit ter hoogte van de dij.

IJsduiker
Zeldzamere verschijning met jaarlijks een paar vogels langs de kust. Eén na grootste duiker van de vier met imposant voorkomen.

  • Zware bouw en lichaam met hangende buik;
  • Dikke nek en stevige kop die gelijk in elkaar overlopen;
  • Snavel wordt horizontaal gehouden in vlucht;
  • Vogel in vlucht doet in eerste instantie denken aan een gans-achtige, zwaardere en tragere vleugelslag.

  • Grote stevige duiker;
  • Geen opvallend lichte flanken;
  • Smoezelige overgang van donkere nek naar hals met donkere vlek;
  • Markante kopvorm, steil voorhoofd met “knobbel”.
  • Houding van kop, nek en borst als een Z
  • Licht gekleurde dolkvormige snavel die horizontaal wordt gehouden;
  • Vogels lijken ook wat hoger in het water te liggen.


Geelsnavelduiker
Zeldzame soort en alleen met IJsduiker te verwarren. Onderscheid zich vooral door lichte gele snavel. Grootste van alle duikers.

  • Lijkt meest op IJsduiker maar komt lichter en vriendelijker over;
  • Doet naam eer aan, alleen kleur niet altijd makkelijk te onderscheiden;
  • Kleed komt lichter over, meer melkchocolade bruin;
  • Oog duidelijker zichbaar op wat lichtere kop;
  • Eerste winter duidelijk golvend patroon op bovendelen, is ook aanwezig bij eerste winter IJsduiker maar donkerder waardoor niet altijd zichtbaar;
  • Houdt kop/snavel veelal schuin omhoog, als Roodkeelduiker.

Helaas geen vluchtbeelden maar als goedmaker mooi filmmateriaal van adult in zomerkleed.


Pacific Loon
Nog niet eerder waargenomen in Nederland. In vlucht, met name op afstand, niet te onderscheiden van Parelduiker.

  • Zwemmende vogels tonen donkerdere (achter)flanken, bij Parelduiker wit;
  • Veelal een donkere keelstreep;
  • Smoeselige overgang van licht naar donker op wang, i.t.t. duidelijk contrast bij Parelduiker;
  • In goede lichtomstandigheden kan er een drie-tonige nekovergang worden waargenomen: Een witte voorhals, een donkere overgang die weer lichter wordt naar de achterhals;
  • In vlucht is het enige onderscheidende kenmerk een donkere anaalstreep bij Pacifische. Deze donkere baan verbindt de aanzet van beide poten met elkaar waardoor de witte onderstaartdekveren niet overgaan op de lichte buik zoals bij Parelduiker.