Hé, een lastige eerste winter “pontische” meeuw…


Vanaf begin jaren tachtig heeft de Pontische Meeuw een sterke uitbreiding van het broedareaal laten zien, waardoor hybridisatie met Zilvermeeuw is opgetreden, eerst in centaal Polen langs de rivier Vistula en noordelijker rond het reservoir van Wloclawek, en een decenium later in het merengebied van Brandenburg, oost Duitsland.

De aantallen hybriden zijn lastig exact vast te stellen; rond 2004 werd het aantal broedende hybrides op ongeveer 400 geschat voor Polen en in 2015 werden in de Gräbendorfer See in Duitsland 250 kuikens geringd, waarvan vermoed werd “dat een groot deel Pontische Meeuw is, maar een aanzienlijk deel hybride vogels betreft.” Deze kuikens zijn niet goed op soort te brengen en zijn na het ringen nauwelijks te volgen, waardoor de ouders onbekend blijven en dus ook de precieze soortnaam. Observaties van geringde exemplaren tonen aan dat een (redelijk) deel van de vogels uit zowel Polen als Duitsland de winter doorbrengt langs onze kust (Van Dijk, 2013).

Polen en Duitsland hebben intensieve ringprogramma’s in de gemengde kolonies. Observaties van geringde vogels, ook in Nederland, tezamen met uitvoerige documentatie, kan in de toekomst leiden tot een betere herkenning van hybride vogels. Daarbij twee opmerkingen:

I: foto’s uit Rusland en Azerbeijan tonen dat de variatie binnen Pontische Meeuw populaties wellicht groter is dan we momenteel (in West-Europa) aannemen. ‘Verdachte vogels’ zouden dus evengoed ‘puur Pontisch’ kunnen zijn en binnen de variatie van de soort dienen te worden gerekend.
II: hybridisatie vindt nu al decennia plaats in Polen en Duitsland, waardoor echte ‘meng-kolonies’ zijn ontstaan, inclusief ‘back-crossings’. Hoe herken je nakomelingen die nog maar 3/8ste deel Zilvermeeuw zijn in het veld? En welke soortnaam geef je die vogels?

Dit artikel toont enkele 1e winter vogels die ik afgelopen jaar zag op Katwijk strand en die gelijkenis vertonen met Pontische Meeuw, maar op sommige punten voldoende afwijken om te veronderstellen dat het hybriden zouden kunnen zijn.


1e winter Pontische Meeuw, 29 augustus 2016, Katwijk. Omringd door uitgevlogen (waarschijnlijk lokale) Zilvermeeuwen. Duidelijke verschillen zijn het reeds gesleten kleed in augustus, als ook de langwerpige snavelvorm (1), de kop die al wit wordt in de nazomer (2), geruide dekveren (3), geen karteling op de tertials (4), en de donkere centrale grote dekveren met slechts weinig ‘postzegel-patroon’ (5). Een vogel ter referentie.


1e winter Pontische Meeuw, 2 september 2016, Katwijk. Met in de achtergrond een ‘verse’ 1e winter Zilvermeeuw. Verschilt in de langwerpige snavelvorm (1), de witte kop in de nazomer (2), geruide dekveren (3), geen ‘postzegel-patroon’ op de tertials (4), de donkere centrale grote dekveren met slechts weinig karteling (5) en de lichte onderdelen (6).


1e winter Pontische Meeuw, 6 september 2015, Katwijk. Klassieke vogel qua bouw met lange, dunne snavel (1), peervormige, lichte kop op een lange nek (2), nekstreping geconcentreerd in de ondernek als een ‘boa’ (3), nieuwe schouderveren hebben een grijze basis en een donker centrum zonder dikke dwarsbandjes (4; Zilvermeeuw heeft meestal anker-partonen), de oude schouderveren tonen nauwelijks karteling langs de randen (5), geen karteling op de tertials (6), een zwartige vleugelpunt, zonder opvallende witte toppen (7), de binnenste grote dekveren tonen grote witte toppen (8), terwijl de buitenste grote dekveren slechts weinig postzegel-patroon tonen en bleekbruin zijn (9), de dunne poten ogen lang, doordat een groot deel van de dij zichtbaar is (10), en de onderdelen zijn overwegend licht op borst en buik (11). Een vogel ter referentie.


1e winter Pontische Meeuw, 5 oktober 2016, Katwijk. Klassieke vogel met witte kop en onderdelen (1), enkele geruide dekveren (2), geen ‘postzegel-patroon’ op de tertials (3) en de juveniele dekveren met een bleekbruine kleur (4).


1e winter Pontische Meeuw, 3 oktober 2016, Katwijk. Klassiek vleugelpatroon met donkere buitenzijde van de binnenste handpernnen (1), donkere centrale grote dekveren met slechts weinig postzegel-patroon (2) en een deels lichte ondervleugel (3).


1e winter hybride Pontische Meeuw, 5 oktober 2016, Katwijk. Vogel toont Pontische Meeuw invloeden, maar afwijkend zijn de hoekige kop als in Zilvermeeuw met redelijk wat streepjes (1), late rui in de rugveren (2), de postzegel-karteling op de tertials (3) en bruinige, smoezelige onderdelen (4).


1e winter hybride Pontische Meeuw geel X007, 5 oktober 2016, Katwijk. Meer Zilvermeeuw dan Pontische Meeuw door afwijkende forse snavel, met duidelijke gonyshoek (1), een hoekige kop als in Zilvermeeuw met redelijk wat streepjes (2), late rui in de schouderveren waarbij ook de laatst vervangen veren wederom vet-aangezette ankertjes vertonen (3; je ziet liever dunne of geen dwarsbandjes bij een Pontische Meeuw), postzegel-karteling op de tertials (4) en zo’n patroon herhaald op de grote dekveren (4; bij Pontische Meeuw zie je liever een ‘gladde’ veerrand, zonder karteling). Geel X007 is geringd als kuiken op 7 juni 2016 in de gemengde kolonie van Laußig, oost Duitsland (51,34N 12,38O).


1e winter hybride Pontische Meeuw geel X007. Het vleugelpatroon toont als een Zilvermeeuw met lichte tekening op de buitenzijde van de binnenste pennen (1), postzegel-karteling op de binnenste en centrale grote dekveren (2) en bandering op de ondervleugel (3; bij Pontische Meeuw zie je liever een deels witte ondervleugel). De long-call neigt naar Pontische Meeuw (en was afwijkend van de aanwezige Zilvermeeuwen).


1e winter hybride? Pontische Meeuw rood 431P, 10 september 2016, Katwijk. Veel overeenkomst met Pontische Meeuw, waaronder de langwerpige snavelvorm (1), lichte delen op de ondervleugel (4), donkere centrale grote dekveren met slechts weinig postzegel-patroon (5) en klassiek vleugelpatroon met donkere buitenzijde van de binnenste handpernnen (6). Sommige zaken zijn slechter te plaatsen, zoals de hoekige kop als in Zilvermeeuw met redelijk wat streepjes (2) en de uitgebreide donkere tekening op de onderdelen (3). Rood 431P is geringd als kuiken op 26 mei 2016 in de grootste gemengde kolonie van Polen: Zastow Karczmiski aan de rivier Vistula (51,15N 21,51O).


1e winter hybride? Pontische Meeuw rood 431P. Langwerpige snavelvorm als in Pontische Meeuw (1), evenals donkere centrale grote dekveren met slechts weinig postzegel-patroon (4) en ‘glad patroon’ zonder karteling op de tertials (5). Afwijkend zijn gestreepte kop (2) en de uitgebreide donkere tekening op de onderdelen (3; hoewel punt 2 en 3 zouden kunnen correleren). Het geluid van de vogel, herinnerend aan Pontische Meeuw. trok de aandacht.


1e winter hybride Pontische Meeuw, 13 oktober 2015, Katwijk. Sterk lijkend op Zilvermeeuw door ‘vette’ ankertekening op de schouderveren (3; waarvan het achterste deel nog steeds juveniel is), door de karteling op de tertials (4), en de ‘modderbruine’ kleur van de juveniele dekveren (5). Echter, het geluid van deze vogel deed sterk aan Pontische Meeuw denken en bovendien past daar goed op de snavel (1; deze toont geen sterke gonyshoek) en de lichte onderdelen (6) en kop. Verder vallen de donkerbruine handpennen zonder witte toppen op, wat past bij Pontische Meeuw.


1e winter hybride Pontische Meeuw, 13 oktober 2015, Katwijk. Veel overeenkomst met Pontische Meeuw, door de vergevorderde rui, waarbij alle schouderveren (3) en enkele dekveren (4) zijn vervangen, een ‘glad patroon’ zonder karteling op de tertials (5), en juveniele dekveren met een bleekbruine kleur (6). Minder goed passend is de stompe, hoge snavel (1), de hoekige kop die een gedrongen bouw accentueert (2), en de uitgebreide donkere tekening op de onderdelen (7).


1e winter hybride Pontische Meeuw, 12 november 2015, Katwijk. Overeenkomst met Pontische Meeuw door de langwerpige snavelvorm (1), geruide binnenste dekveren (3), ‘glad patroon’ zonder karteling op de tertials (4), en juveniele veren met een bleekbruine kleur (5). Afwijkend zijn de uitgebreide donkere tekening op de kop (2) en op de onderdelen (6).

1e winter hybride Pontische Meeuw groen XZFD, 29 oktober 2015, Katwijk. Overwegend een Pontische Meeuw, maar erg donker op onderdelen en borst. Bovendien traag in de rui van schouderveren, waarvan een deel nog steeds juveniele veren zijn. Groen XZFD is geringd als kuiken op 9 juni 2015 in de gemengde kolonie van Gräbendorfer See, oost Duitsland (51,42N 14,06O).

Ringaflezingen tonen aan dat een redelijk deel van de Oost-Duitse meeuwen onze kust opzoekt. Bovenstaande foto’s geven een idee hoe lastig het soms kan zijn tot determinatie te komen. Toch is het juist tegenwoordig, door de intensieve ringprogramma’s en beschikbaarheid van digitale camera’s, interessant om meeuwengroepen te controleren en dit soort exemplaren te documenteren.

Katwijk kan een aanzienlijke portie herbergen, getuige de aanwezigheid van 17 1e winter vogels, vijf 2e winters, drie 3e winters en een adult Pontische Meeuw (en hybriden) op 10 oktober 2016. In totaal stonden er zo’n 1500 meeuwen op het strand die dag.

Mars Muusse

Literatuur:
Beran V., G. Neubauer & M. Zagalska-Neubauer, 2010. First proven case of a backcross hybrid between the Herring Gull (Larus argentatus) and the Caspian Gull (Larus cachinnans) in the Czech Republic. Sylvia 46.
Neubauer, G., M. Zagalska-Neuhauer, R. Gwiazda, M. Faber, D. Bukaciriski, J. Betleja & R Chylarecki, 2006. Breeding large gulls in Poland: distribution, numbers, trends and hybridisation. Vogelwelt 127: 11-22.
Van Dijk K., 2013. Pontische Meeuwen Larus cachinnans langs de Nederlandse kust. In press voor Sula; online version Sept 2015.