Gierzwaluwen weer vertrokken


Mysteries en verbazing

Hier boven de Wassenaarseweg (Katwijk aan den Rijn) lijken de Gierzwaluwen sinds 4 augustus vertrokken. Vanaf eind april waren er altijd wel enkele te bewonderen, tot maximaal zo’n 45 exemplaren. Er zijn geen tellingen uitgevoerd specifiek voor deze soort, maar in heel Katwijk zullen naar schatting zo’n 100-150 paar Gierzwaluwen broeden.

Weinig vogelsoorten broeden zo dicht bij de mens als de Gierzwaluw. In Oost-Europa blijken sommige Gierzwaluwen in holle bomen te broeden, maar het overgrote deel broedt onder dakpannen of in andere holtes van menselijke bouwwerken.
Het is merkwaardig dat een vogelsoort die zo dicht leeft bij de mens zo onbekend is bij de meeste mensen. In Noordwijk wordt de Gierzwaluw door een aantal liefhebbers goed gevolgd, onder meer met camera’s in nestkasten. Op die manier wordt heel veel interessante kennis opgedaan. Maar ook bij mensen die al tientallen jaren met de Gierzwaluw bezig zijn en de mysteries rond deze vogel stukjes bij beetjes ontrafelen blijft deze soort verbazen.

De jonge vogels vliegen moederziel alleen uit, moeten direct de vliegkunst machtig zijn, gaan op weg naar Afrika en blijven daar waarschijnlijk jaren hangen totdat ze geslachtsrijp zijn. Gierzwaluwen komen buiten de broedtijd niet op de grond, eten, slapen, wassen, verzamelen nestmateriaal en paren zelfs in de (v)lucht, kunnen met hun kleine pootjes en lange cirkelvormige vleugels zonder hulp niet van de grond opvliegen en kijken niet op een paar honderd kilometer per dag bij het verzamelen van voedsel. In Afrika vliegen ze in de wintermaanden het halve continent door. Onder de dakpannen in Europa moeten ze extreem hoge temperaturen kunnen verdragen. Bij langdurig slecht weer in de zomer kunnen de jongen in een soort winterslaap verdagen.

Gierzwaluw in zijn element
Gierzwaluw in zijn element

Uit een folder van Natuurvereniging Noordwijk:

Gierzwaluwen zijn tropische vogels, die de meeste tijd in Congo of Mozambique doorbrengen. Dag en nacht vliegen zij rond grote buiencomplexen, op zoek naar insecten. Eind april wagen zij de grote oversteek over de Sahara om in onze streken te komen broeden. Dit doen ze alleen onder dakpannen of in holtes van gebouwen. Zij zijn hiervoor dus geheel afhankelijk van mensen geworden. De vogels worden vaak ouder dan tien jaar, en keren bijna altijd terug naar hun nestplaats van het jaar ervoor. Deze plekken zitten meestal vrij hoog in een gebouw en hebben een vrije uitval. Zij zijn kampioen vliegen, maar ze bewegen zich na de landing nogal onbeholpen.

De Gierzwaluw leek/lijkt een riante toekomst tegemoet te gaan met de steeds uitbreidende bebouwing. Dit klopt maar ten dele. Oude gebouwen worden massaal gerestaureerd of gesloopt. Hierdoor verdwijnen steeds meer vogels richting de wat oudere nieuwbouwwijken. Maar ook die worden langzamerhand gerenoveerd. Het alternatief zouden dan de nieuwste wijken zijn. Maar helaas worden die dankzij het nieuwe Bouwbesluit hermetisch afgesloten. De Gierzwaluw komt in de toekomst waarschijnlijk steeds meer in de knel.
We kennen de situatie in Noordwijk redelijk goed. Er is op dit moment nog een gezonde populatie van zo’n 250 broedparen. Zij zitten vooral in de wijken die gebouwd zijn tussen 1920 en 1980. Tijdens hun verblijf in en boven Noordwijk eten deze vogels in drie maanden tijd gezamenlijk meer dan 250 miljoen (een kwart miljard !) insecten. Gierzwaluwen vormen een onmisbare schakel in de stadsnatuur.

Hein Verkade uit Noordwijk schreef op maandag 27 juli 2015 over ‘zijn’ Gierzwaluwen:
Vorige week dinsdag en woensdag zijn de eerste twee jonge Gierzwaluwen uitgevlogen in de Douzastraat. Dat heb ik natuurlijk niet zien gebeuren. Het derde jong zit in de dagen erna steeds in de doorgang uit de nestholte naar buiten te kijken. Gisteren heb ik er nog een foto van gemaakt.
Vanmiddag om kwart voor één weer wezen kijken, en ja hoor het jong zat weer in de doorgang. Er ligt een hoop rotzooi van de afgelopen storm voor de schuur, dus dat maar even opruimen. Maar het begint hard te regenen en ik ga schuilen in de open schuurdeur. Dan vliegt er in mijn rechter ooghoek (12.55 uur) een donkere vogel die met gespreide vleugels in de meidoorn tegenover de schuur landt. He, een jonge Gierzwaluw! Direct komt het mannetje tuinmerel luid alarmerend op de vogel af. Dit was dus ongewoon voor de Merel. De jonge Gierzwaluw schrikt en vliegt terug richting schuur.
In de veronderstelling dat hij daar tegenaan is gevlogen zoek ik het hele gebied intensief af. Niets meer te vinden. Dan de kast controleren. Die is leeg; het is dus echt ‘mijn’ vogel geweest. Na drie kwartier zoeken geef ik het op en ga ik er van uit dat de jonge vogel rakelings langs de schuur over het lagere plantenkasje is weggevlogen.
Waarom lukte het eerst niet en in tweede instantie wel? Waarschijnlijk heeft hij de harde wind (ZW6) verkeerd ingeschat. Bij het uitvliegen had-ie meewind, en kon dus geen hoogte maken. Dit lukte beter toen hij vervolgens terug met tegen wind vloog. Voor het eerst in 16 jaar toevallig getuige van het uitvliegen, en weer een leuk verhaaltje in mijn dagboek.
Het uitvliegen midden op de dag, met regen en een harde wind lijkt niet logisch. Een wanhoopsdaad? Ouders gevlogen? Nee, dat niet. Want om 14.00 uur zat één van de ouders zich rustig te poetsen op het lege nest.

Hein weet nog te melden dat meeste jongen in de tweede helft van juli uitvliegen en dan meteen vertrekken (moederziel alleen). Sommige broedsels zijn echter laat. Hein heeft zelf wel eens jongen in zijn schuur gehad die half augustus uitvlogen, en weet zelfs van nesten waarvan de jongen pas rond 6 september uitvlogen.
Sovon meldt op de website dat trektellers in de tweede helft van juli veel wegtrek vaststellen. Na 1 augustus lopen de aantallen gewoonlijk snel terug, al vindt er in sommige jaren nog substantiële doortrek in deze maand plaats. Het duurt overigens tot diep in oktober voordat de allerlaatste Gierzwaluwen gepasseerd zijn. (In Katwijk zijn zelfs wel eens Gierzwaluwen in november gezien).
Gierzwaluwentrek in het voorjaar kan onder gunstige omstandigheden lokaal een spetterend fenomeen zijn. Wie op een goede trekdag in mei, met een mooie zuidoostenwind op telpost Breskens gestaan heeft, weet wat we bedoelen.
De wegtrek vanaf begin juli vindt over een breed front plaats en de vogels laten zich minder stuwen door kustlijnen dan in het voorjaar. Toch kunnen ook dan goede aantallen passeren. Met name bij relatief slechte weersomstandigheden: veel bewolking, westenwinden (tegenwind) en soms zelfs regen.
Bijzonder waren de aantallen in zomer 2008, met op zulke dagen aantallen tot bijna 20.000 ex (Ketelbrug, 19 juli) en een dikke 11.000 (Kwintelooijen bij Veenendaal, de Vulkaan bij Den Haag; beide op 25 juli). Dit zijn echter uitzonderingen, gewoonlijk is een aantal van enkele honderden trekkers al heel mooi. Dat lukt maar zelden op echte mooi-weer dagen. Bij zonnige omstandigheden vliegen de groepen vaak superhoog en zijn dan niet of nauwelijks te zien.

Tot in november kunnen late Gierzwaluwen worden gezien, maar heel mondjesmaat.
Tot in november kunnen late Gierzwaluwen worden gezien, maar heel mondjesmaat.

Let op!
Gierzwaluwen zijn altijd interessant. In het voorjaar wordt uitgekeken naar de eerste vogels die teruggekeerd zijn, in het najaar kijken we uit naar laatkomers. Het checken van elke Gierzwaluw kan de moeite lonen. In Nederland zijn ook de familieleden Alpengierzwaluw (60 maal), Vale Gierzwaluw (een tiental keer) en zelfs Huisgierzwaluw (twee keer) en Stekelstaartgierzwaluw (1 keer) vastgesteld. In ons omringende landen sieren ook de Siberische Gierzwaluw (Verenigd Koninkrijk) en de Kaffergierzwaluw (Denemarken) de lijsten. Opletten dus!

Tekst: Gijsbert van der Bent en René van Rossum
Foto’s: René van Rossum