Raddes boszanger


GEBROEDERS LANGBROEK BEDANKT! Eindelijk ben ik velost van mn jaren lange trauma!

Zondag 27 september, moeders is jarig, en dit keer ben ik eens niet op Vlieland, Deception Tours heeft het schema vervroegd. Dit jaar ben ik dus thuis en om een uur of twee stap ik met Anne en Evi bij moeders naar binnen. We doen een bakkie en, alsof ik iets aan voel komen, ik laat de wijn staan.

Om vier uur wordt de visite verwacht, maar om een uur of half vier krijg ik een smsje van Luuk Punt: De Langbroekjes hebben een mogelijke Nobo (Noordse Boszanger red.) bij het Zeehospitium. Oeps da’s leuk, maar mogelijk… wat zou het verhaal erachter zijn?

Ik bel Maarten en hoor zijn verhaal aan; lange gelige wenkbrauw en hij roept als een Zwartkop… Roept als een Zwartkop??.. Dzjing! Het kwartje valt, da’s dus mooi geen Nobo! Gaat dit mn eerste Raddes Boszanger in Nederland worden? En dan ook nog in Katwijk. Ik ben weg! Als ik in de auto zit wordt hij via Dutch Bird Alerts gemeld als vrij zekere Nobo.

Ter plaatse krijg ik nog wat meer info van Maarten en besluit de vogel wereldkundig te maken als vrij zekere Raddes Boszanger. Het moet gewoon een Raddes zijn! Er zit een Nobo op Texel en mensen zouden onterecht kunnen besluiten niet naar Katwijk te komen.

De situatie blijkt min of meer hopeloos, het beest is zoek, de bosage uitgestrekt en de visite ongeduldig. Ik besluit terug te gaan naar de verjaardag en daar af te wachten.

Ik ben net een half uurtje terug of Luuk belt op met de mededeling dat de vogel weer gezien is en dat iedereen overtuigd is dat het inderdaad een Raddes is. Ik excuseer me bij de visite, vrouw, kind en jarige moeder en ben weer weg.

Na enige tijd wachten vliegt er een gelig zangertje van het ene bosje naar het andere en ik zie nog net een geelbruinig beest met lange zeemkleurig onderstaartdekveren in een struik verdwijnen. Dat was m! Zelf aan zn staart herken je al! Ik ren erheen en even later verschijnt de vogel in volle glorie, al is het maar kort. René van Rossum die zojuist aan komt rennen staat naast me en schiet gelijk een paar plaatsje.

Tekst: Arnold Meijer