Jo Rampen overleden


Op bijna 91-jarige leeftijd is woensdagmiddag Jo Rampen overleden. We kennen hem allemaal, de meeste van ons misschien alleen als krasse ouwe baas die nog tot op hoge leeftijd van vogels genoot. Al hoog in de tachtig was hij toen Hotel Savoy nog z’n favoriete vogelstek was, maar de laatste twee jaar hebben we hem daar al moeten missen. Vooral na het auto-ongeluk dat hij kreeg op weg naar een dialezing van onze vereniging was hij minder mobiel geworden en minder in staat om nog uit te gaan.

Jo Rampen is geboren en getogen in Bergen, maar woonde al vanaf 1947 in Katwijk en vanaf 1957 in huize Kittiwake aan de Sportlaan. Sinds 1947 figureert Katwijk ook prominent in zijn vogeldagboeken; anderhalve meter in de boekenkast en meer dan een halve eeuw omspannend. Door de ogen van Jo Rampen zie je de ontwikkeling van de vogelbevolking van Katwijk door de decennia heen. In onze uitgave ‘De vogels van Katwijk’ uit 1996 heb ik hem veel geciteerd. Hij was er trots op dat hij het voorwoord voor dit boek mocht schrijven.
Heel trots was hij op het erelidmaatschap van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU). Zijn verdiensten voor vogelend Nederland liggen vooral op het bestuurlijke vlak. Zo is Jo Rampen meer dan 20 jaar penningmeester geweest van de NOU, lid van het bestuur van deze organisatie en jarenlang secretaris van de Club Van Nederlandse Vogelkundigen.

Ook mijnheer Rampen is ooit jong geweest. Hij voetbalde in zijn jeugd niet onverdienstelijk (keeper), maar moest hiermee in 1935 stoppen na een zeer ernstige blessure door een schop in de buikstreek. Dat liet zich zo ernstig aanzien dat er bij een sigarenwinkel al een briefje was opgehangen dat hij was overleden.
In de veertiger jaren was hij de enige van zijn clubje onderzoekers die de hoge paalnesten van Ooievaars durfde te beklimmen om de jongen te kunnen ringen. Ook heeft Jo Rampen een nieuwe soort voor Nederland ontdekt: de Amerikaanse Kuifeend (tegenwoordig Ringsnaveleend) van maart 1959 in Meijendel.

Ik ontmoette mijnheer Rampen voor het eerst in het najaar van 1973 bij de Uitwatering. Het staat vermeld in z’n dagboeken. René van Rossum, m’n broer Leen en ik gingen bij hem langs, zoals ook oudere Katwijkse vogelaars voor ons hadden gedaan, als we vragen hadden, problemen met de determinatie of iets op wilde zoeken in boeken die wij niet hadden en Jo Rampen wel. De contacten werden geïntensiveerd toen Rampen vanaf 1986 heel fanatiek Zilvermeeuwenringen ging aflezen en bijna altijd, gewapend met telescoop, op het strand en bij de binnenwatering was te vinden.

Het waren de hoogtijdagen van het vogelen vanuit Savoy danwel de ‘meet & greet’ hier na het vogelen. Rampen was er altijd en fungeerde voor mij in ieder geval als een soort rustpunt. Hij was altijd hartelijk en vol verhalen, en heeft zelf  bijzonder genoten van al de gezelligheid, ook op de dia-lezingen in Tripodia. Al moest hij zich nog wel eens schrap zetten tegenover de mondige vogelaars van Katwijk.

Zijn eerste vrouw Truus overleed in 1984. Ze hebben geen kinderen gekregen. De laatste twintig jaar van z’n leven is vriendin Fuus een enorme steun voor hem geweest. Pas het laatste half jaar is mijnheer Rampen echt oud geworden. Hij bleef je heel hartelijk ontvangen in huize Kittiwake, maar echt praten over vogels of wat dan ook werd wel moeilijker. Half augustus werd plaatsing in een verpleeghuis onvermijdelijk. Hier heeft de achteruitgang zich in duizelingwekkende vaart voortgezet. Woensdagmiddag om half vier is hij rustig ontslapen.

We zullen onze nestor missen.

Namens de Vogel- en Natuurclub Katwijk

Gijsbert van der Bent